De blik van Medusa als antwoord op de ‘Male Gaze’

Over de diepe imprint van afschuw en angst

In het Rijksmuseum is er momenteel een tentoonstelling te zien van kunstwerken, geïnspireerd op de Metamorfosen van Ovidius en op een zeker moment kom je bij een video-installatie waar op 3 panelen een vrouwengezicht je aanstaart terwijl op haar hoofd een berg slangen kronkelt. Bedoeld om te griezelen, lijkt mij deze installatie.

Medusa keert terug en wellicht (dat is mijn idee) omdat ze een antwoord heeft op de zogenaamde Male Gaze. Omdat ze geen zin meer heeft een willoos object te zijn dat naar believen kan worden verkracht.
Ik zie haar de laatste tijd overal opduiken; op protestborden, in kunstuitingen, in hervertellingen. Haar gezicht, omkranst door slangen, is een icoon geworden. Wat betekent haar verschijning? Hebben we haar nodig om iets te begrijpen wat we lang niet wilden aankijken?

Dat wat je niet kunt verdragen

Medusa was een Gorgon en Gorgonen belichamen in de mythologie een diepe oerangst. Ze leefden op de drempel tussen werelden: leven en dood, goddelijk en menselijk. Hun afschrikwekkende hoofd – het Gorgoneion – werd afgebeeld op schilden en tempels als een spiegel waarin het kwaad zichzelf ziet en terugdeinst. Paradoxaal genoeg was hun monsterlijkheid tegelijk afschrikwekkend én beschermend.

Van de drie Gorgonen-zusters was Medusa de enige sterfelijke en de meest bekende. Vóór haar transformatie was ze priesteres in de tempel van Athene, mooi en toegewijd aan het heilige.

Totdat de god Poseidon haar zag, voor haar viel en zich aan haar vergreep. Midden in de tempel. De plek die juist bescherming had moeten bieden. Na de verkrachting verdween Poseidon als een dief in de nacht. Medusa bleef achter met wat vrouwen al eeuwen dragen: schuld en schaamte.

De slangen als antwoord op de Male Gaze

De godin Athene hoorde wat er was gebeurd en veranderde Medusa’s mooie haar in een kronkelende massa sissende slangen.
Waarom deed ze dat? Was het een straf of juist bescherming?

Een interpretatie die mij steeds meer aanspreekt is deze…
Medusa’s schoonheid was precies datgene geweest wat haar kwetsbaar maakte. Ze werd bekeken door Poseidon, op de typische, vernietigende, bezitterige manier waarop mannen naar vrouwen kunnen kijken: als object, als prooi, als iets om te veroveren…
De Male Gaze, de mannelijke blik die vrouwen reduceert tot object, had haar ten val gebracht.

Maar de slangen keren die blik radicaal om. Wie Medusa – na het ingrijpen van Athene – aankeek, versteende. Met één blik kon zij nu zelf vernietigen.
Het werd de Female Gaze… het antidotum op Medusa’s eigen vernedering: de vrouw die je niet meer kunt aankijken zonder gevolgen. Niet langer object, maar subject geworden.

Deed Athene dit uit vrouwelijke solidariteit of als straf van een vaderskind dat orde boven waarheid stelt? Die ambiguïteit blijft. Maar de uitwerking is helder: Medusa is na dit ingrijpen onbenaderbaar geworden. Oncontroleerbaar. Eng. Gevaarlijk voor wie haar durft aan te kijken.

De terugkeer van het vrouwelijke

Dat Medusa nu terugkeert, is geen toeval. In een tijd van Epstein-files, de zaak Pelicot, en een gestage stroom verhalen over seksueel misbruik en weggedrukte vrouwelijke woede, verschijnt zij als archetype van wat te lang is ontkend. Als tegenbeweging en antwoord op de stereotypering van vrouwen.

Vrouwelijke woede wordt vaak weggezet als hysterie. Slachtoffers worden gedemoniseerd, daders lopen vrij. Vrouwen dienen zacht en volgzaam te zijn, aan uiterlijke normen te voldoen (vergelijk dit met wat de Volkskrant publiceerde over de Mar El Lago -vrouwen) … de Male Gaze in geïnstitutionaliseerde vorm.

Medusa vraagt niet om medelijden, maar om erkenning. Dat we het gaan zien.
Ze herinnert ons eraan dat heling niet begint met verzoening, maar met het recht aankijken van de gruwelijkheid.

Perseus

En dan is er nog Perseus, de held die haar hoofd moest zien te veroveren. Slim genoeg kijkt hij haar niet aan, maar gebruikt een spiegel. Zelfs na haar dood, is hij in staat te winnen, weliswaar via een omweg, via een reflectie. Kennelijk kan hij haar nog steeds niet recht in de ogen kijken.

Medusa’s kracht laat zich niet vernietigen. Uit haar bloed wordt Pegasus geboren, de geïnspireerde geest, de creatieve kracht.
Wat zoveel kan betekenen als: dat wat we proberen te doden, transformeert naar een nieuwe vorm.

Medusa’s hoofd is een waarschuwing plus een herinnering.
Ze bewaakt de grens door de gruwelijkheid terug te spiegelen. Als je haar tegenkomt, in musea, op protestborden, in films, onthoud dan: Medusa is geen monster, maar een vrouw die weigert nog langer te verstenen van angst.

(c) Mieke Bouma

Tussen de oevers – Over Charon en Cheiron, twee mythische gidsen

Ik bezocht laatst het Prado in Madrid, de waanzinnige kunsttempel waar de geschiedenis in lagen verf op elkaar is gestapeld. Wat opvalt: oorlog, moord, dood. Veel dood. De schreeuw van Goya snijdt door het doek. Een man wordt geëxecuteerd, zijn armen gespreid als een onheilige Christus, zijn ogen opengesperd. De nacht schreeuwt terug.

Even verderop: Crossing the Styx van Patinir. Een rivier als grens tussen hemel en hel. Links het licht, rechts het vuur. De veerman zet de zielen over. Gaan ze richting verlossing of verdoemenis?

Charon

Wat me treft, is die eeuwige tweedeling. Altijd goed of kwaad. Hemel of hel. Liefde of moordzucht. Dat oeroude conflict, in eindeloze variaties, waarin we als mensheid lijken vast te zitten.

Is het geen tijd voor een ander verhaal?
Eentje waarin de tegendelen elkaar niet bevechten, maar ontmoeten. Een verhaal waarin de duisternis niet overwonnen hoeft te worden, maar erkend. Ook de pijnlijke, vergeten, rauwe stukken.

Ik loop verder door het museum, maar iets in mij blijft achter bij die rivier. Bij Charon, de veerman die in dat bootje zielen overzet. Hij kiest geen partij. Hij verblijft in het midden.

Hij kiest niet tussen hemel of hel, goed of fout, schuldig of onschuldig. Hij kiest überhaupt niet.
Hij draagt. Hij faciliteert.

Misschien is dát wel de derde weg. Niet links of rechts, niet licht of duister, maar de bedding daartussen. Waar de rivier niet scheidt, maar draagt.

Die weg hangt niet aan de muur van een museum. Hij ligt in onszelf. In hoe we kijken en luisteren. In hoe we zoeken naar wat ons heel maakt. Misschien hoeven we niet te strijden voor het licht, maar moeten we leren varen op de stroom van het niet-weten.

Cheiron
In de mythologie bestaat er nog zo’n figuur die deze tussenruimte belichaamt: Cheiron, de centaur. Ja hun namen lijken op elkaar. Hij is half mens, half dier. Geen held die overwint, maar een wijze die begeleidt. Cheiron stond bekend om zijn kennis van geneeskunde en astrologie, een boogschutter op zoek naar zin en betekenis. Als zoon van Kronos was hij onsterfelijk.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/96/Achilleus_Lyra.jpg

Tot hij – bij vergissing – werd geraakt door een giftige pijl van Herakles.

Ironisch genoeg kon de genezer zichzelf niet genezen. De pijn was ondraaglijk. En juist daarin openbaarde zich zijn laatste les. Cheiron gaf zijn onsterfelijkheid op ten behoeve van Prometheus, die gestraft was omdat hij het goddelijke vuur naar de mensen had gebracht. Door dit offer werd Prometheus bevrijd.

In het opgeven van zijn onsterfelijkheid, vond Cheiron zijn diepste betekenis.

Misschien raakt dit aan iets wezenlijks in ons eigen leven. Onze grootste kwaliteiten  dragen vaak ook hun schaduw in zich. Als we goed zijn in zorgen voor anderen vergeten we makkelijk onszelf. Een scherp analytisch vermogen zorgt er makkelijk voor dat de bezieling verdwijnt.
Cheiron leert ons dat wijsheid niet altijd ontstaat door beheersing, strijd of overwinning, maar door het uithouden van kwetsbaarheid. Door te blijven in het midden, juist wanneer het schuurt.
Dat maakt zijn verhaal tot een zachte, hoopvolle boodschap voor wie het even niet weet. Voor wie zich tussen de oevers bevindt. Niet aan deze kant, niet aan de overkant — maar op de rivier zelf.

En misschien is dat precies waar het leven ons soms wil hebben.


Charon en Cheiron: twee gidsen, één overgang

In deze tekst verschijnen twee mythische figuren die soms met elkaar worden verward, maar elk een andere fase van transformatie vertegenwoordigen.

Charon is de veerman van de onderwereld. Hij begeleidt zielen over de rivier tussen leven en dood. Hij oordeelt niet en geneest niet — hij draagt. Charon belichaamt de liminale fase: het ertussenin, waar oude zekerheden zijn weggevallen en richting nog ontbreekt.

Cheiron, de centaur en gewonde genezer, verschijnt pas daarna. Hij staat voor de innerlijke verwerking van die overgang. Zijn wond kan niet worden geheeld, maar wordt bron van wijsheid en compassie. Waar Charon de crisis bewaakt, leert Cheiron hoe betekenis kan ontstaan door kwetsbaarheid.

Samen verbeelden zij geen tegenstelling, maar een beweging:
van overtocht naar inzicht,
van ontregeling naar integratie.

MB

De transformatiemythe van Amaterasu

Mensen houden niet zo van verandering. Willen liefst alles houden zoals het altijd al was.

Toch is verandering de enige constante in het universum en alle verhalen gaan erover.
Verhalen vertellen hoe iets of iemand verandert, transformeert, zich vernieuwt, uitgroeit tot iets groters, zichzelf vindt, tot bloei komt, een metamorfose ondergaat, tot nieuwe inzichten komt…

Of ze gaan juist over hoe iemand door dommigheid of slechte keuzes steeds verder van zichzelf afdwaalt, in de penarie komt en een catastrofe veroorzaakt. Het nieuws staat er bol van.

Het spant erom dus: welke keuzes maak je als het erop aankomt?

Ik vond een mooie, rijke transformatie-mythe, namelijk die over de Japanse zonnegodin Amaterasu.

Amaterasu is het licht, de grote orde, het ritme van dag en nacht. Zij zorgt voor licht, liefde en leven voort; zonder haar stokt alles.
Ze is een dragend, regulerend principe: niet vurig of verzengend, maar zichtbaar, betrouwbaar en het symbool voor continuïteit en cycli.

Maar zoals het in een goed verhaal betaamt, wordt op een dag de orde verstoord.

Amaterasu’s broer, Susanoo, de stormgod is grillig, destructief, ongeremd. En op een dag gaat hij helemaal los.

Hij vernielt de rijstvelden, ontheiligt haar weefhuis, doodt één van haar dienaressen. Geen kleine ruzie, Susanoo zorgt voor een grove schending van de kosmische orde.
Het vrouwelijke principe – waar Amaterasu symbool voor staat – dat van zorg, licht, regelmaat en continuïteit wordt bruut overrompeld.

En wat is het gevolg? Amaterasu verdwijnt. Ze trekt zich terug. Het licht verdwijnt. Ze vecht niet. Ze straft niet. Ze gaat ook niet ten onder. Het wordt alleen donker.

Amaterasu sluit zich op in een Hemelse grot en de aarde hult zich in het duister.
Oogsten mislukken. Demonen krijgen vrij spel, alleen maar omdat Amaterasu, de zonnegodin, zich heeft verstopt.

De aarde beleeft een barre tijd. Er is geen ritme, geen zicht, geen samenhang meer omdat het goddelijk, vrouwelijk principe zich heeft teruggetrokken. Want pas bij afwezigheid wordt haar betekenis zichtbaar.
Dus wat te doen?

De goden overleggen: hoe lok je het licht terug? Hoe krijg je Amaterasu terug op de plek waar ze hoort?
Niet met geweld. Niet met argumenten.
Ja, natuurlijk: met spel, kunst, verhalen en gemeenschapsgevoel!

Eén van de godinnen begint direct schaamteloos, wild, extatisch te dansen, andere goden sluiten aan, lachen en beginnen te spelen, muziek te maken, weer anderen vertellen verhalen en er ontstaat weer geluid, leven en plezier.

Amaterasu hoort de vreugdevolle geluiden en is nieuwsgierig. Ze schuift de rots die de opening van haar grot verbergt, een stukje opzij.
En dan gebeurt iets bijzonders: Ze ziet zichzelf in een heilige spiegel. Zij herkent zichzelf in de vreugde, de dans en het spel en beseft dat zij zelf het licht is.  Daarop schuift ze de rots helemaal weg en komt ze in al haar stralende aanwezigheid tevoorschijn.
Eindelijk is de zon is teruggekeerd. Niet een andere zon, maar dezelfde, nu zelfbewustere, zon.

Amaterasu straalt weer. Ze is niet veranderd van aard, niet machtiger, niet ‘harder’ of feller. Zij weet nu wat haar afwezigheid veroorzaakt, zij heeft haar waarde leren kennen. En zo wordt de orde hersteld. Het licht keert terug.

Een bijzondere mythe over transformatie… omdat Amaterasu niet van vorm verandert. Ze ondergaat geen dood of wedergeboorte. Haar transformatie is subtieler: Haar licht wordt door haar zelf en de anderen erkend als een bewust cruciaal licht.

De kern van deze mythe – en van deze transformatie – is dat verandering vaak een besef of een bewustwording is. En pas dan kan het licht blijven schijnen. Of sterker nog: feller schijnen.

Het is de bewustwording die het verschil maakt.

MB

Nieuw boek in aantocht: Leren dansen met de draak

LEREN DANSEN MET DE DRAAK

Mythen en verhalen over omgaan met een crisis.

Verschijnt dit najaar.

Een crisis komt altijd ongelegen. Het is lastig, pijnlijk, soms zelfs onverdraaglijk als alles ineens op zijn kop staat, als het oude normaal stopt en een nieuwe, onzekere periode aanbreekt. Dat roept onmacht, verdriet en verzet op, en vaak ook de nodige woede. Maar tegenspoed en ellende komen in ieder mensenleven voor. En juist op de moeilijkste momenten leren we onszelf beter kennen, komen we in beweging en boren we iets in onszelf aan waarvan we niet wisten dat we het in ons hadden. Tijdens een crisis zijn we kwetsbaar en onzeker, maar ook ontvankelijker, waardoor er ineens van alles mogelijk is.

Precies dat gegeven vormt de kern van de vele mythen en verhalen die mensen elkaar door de eeuwen heen hebben verteld. Op allerlei manieren laten de helden en heldinnen uit die verhalen ons zien dat de rampen die ons overkomen geen straffen zijn, maar eerder ‘oproepen’ om iets nieuws in onszelf te ontdekken.

Hoe kunnen we leren dansen met de draak? Durven we hem recht aan te kijken, hem te leren kennen? In dit veelzijdige en inspirerende boek onderzoek ik oude mythen en verhalen en beschrijf welke richtingaanwijzers we erin kunnen ontdekken om – juist nu – sterker en bewuster uit de crisis te komen.

Leren dansen met de draak biedt verrassende inzichten en wezenlijke hulp door klassieke verhalen uit de hele wereld te verbinden met de universeel menselijke zoektocht naar zingeving.

 

De eeuwige zoektocht naar de heilige graal

Ze zeggen wel eens dat iemand die niet droomt, ziek kan worden. Wanneer je je angsten, spanningen en aspiraties niet in betekenisvolle beelden omzet, gaat het systeem protesteren. Ik kan me daar van alles bij voorstellen. Maar dit geldt natuurlijk ook voor een cultuur, een land, een voetbalclub. Als een samenleving de diep gevoelde behoefte aan betekenis moet ontberen en zich niet meer kan laten inspireren door een collectieve droom, ontstaat ziekte, cynisme en uitputting.
Ironisch genoeg komt tegenwoordig in het taalgebruik van voetbaltrainers, managers, politici de term ‘de heilige graal’ regelmatig terug. Is dit geen wonderlijke, intuïtieve onbewuste uiting van een collectief verlangen naar een Groot Verhaal?
Toen in de twaalfde eeuw de graallegenden opkwamen – toen de mythe van de heilige graal voor het eerst werd genoemd –  verkeerde Europa (ook) in crisis. De graalromans waren een soort mix van Keltische legenden, nieuwe mystieke beelden uit het oosten, mondeling overgeleverde verhalen uit Rome, Frankrijk en Brittannië, bovennatuurlijke verschijnselen, ridderverhalen en mystieke poëzie.
Het tijdstip van de opkomst van de graallegenden is veelbetekenend want er werden ineens weer verhalen verteld waarin een veranderend Europa zich kon herkennen en waarmee het zich kon identificeren. Er hing – mede door dit soort verhalen – een opwindende sfeer van verandering in de lucht.

Dus als iemand n de politiek, in de voetbalwereld of in het bedrijfsleven de heilige graal noemt… weet dan dat hier iemand schreeuwt om een nieuw Groot Verhaal, dat hier iemand aan het woord is die weer wil leren dromen.
Hieronder een fragment uit de legendarische film Monty Python and the Holy Grail…
 (om het dromen niet te verleren)