De blik van Medusa als antwoord op de ‘Male Gaze’

Over de diepe imprint van afschuw en angst

In het Rijksmuseum is er momenteel een tentoonstelling te zien van kunstwerken, geïnspireerd op de Metamorfosen van Ovidius en op een zeker moment kom je bij een video-installatie waar op 3 panelen een vrouwengezicht je aanstaart terwijl op haar hoofd een berg slangen kronkelt. Bedoeld om te griezelen, lijkt mij deze installatie.

Medusa keert terug en wellicht (dat is mijn idee) omdat ze een antwoord heeft op de zogenaamde Male Gaze. Omdat ze geen zin meer heeft een willoos object te zijn dat naar believen kan worden verkracht.
Ik zie haar de laatste tijd overal opduiken; op protestborden, in kunstuitingen, in hervertellingen. Haar gezicht, omkranst door slangen, is een icoon geworden. Wat betekent haar verschijning? Hebben we haar nodig om iets te begrijpen wat we lang niet wilden aankijken?

Dat wat je niet kunt verdragen

Medusa was een Gorgon en Gorgonen belichamen in de mythologie een diepe oerangst. Ze leefden op de drempel tussen werelden: leven en dood, goddelijk en menselijk. Hun afschrikwekkende hoofd – het Gorgoneion – werd afgebeeld op schilden en tempels als een spiegel waarin het kwaad zichzelf ziet en terugdeinst. Paradoxaal genoeg was hun monsterlijkheid tegelijk afschrikwekkend én beschermend.

Van de drie Gorgonen-zusters was Medusa de enige sterfelijke en de meest bekende. Vóór haar transformatie was ze priesteres in de tempel van Athene, mooi en toegewijd aan het heilige.

Totdat de god Poseidon haar zag, voor haar viel en zich aan haar vergreep. Midden in de tempel. De plek die juist bescherming had moeten bieden. Na de verkrachting verdween Poseidon als een dief in de nacht. Medusa bleef achter met wat vrouwen al eeuwen dragen: schuld en schaamte.

De slangen als antwoord op de Male Gaze

De godin Athene hoorde wat er was gebeurd en veranderde Medusa’s mooie haar in een kronkelende massa sissende slangen.
Waarom deed ze dat? Was het een straf of juist bescherming?

Een interpretatie die mij steeds meer aanspreekt is deze…
Medusa’s schoonheid was precies datgene geweest wat haar kwetsbaar maakte. Ze werd bekeken door Poseidon, op de typische, vernietigende, bezitterige manier waarop mannen naar vrouwen kunnen kijken: als object, als prooi, als iets om te veroveren…
De Male Gaze, de mannelijke blik die vrouwen reduceert tot object, had haar ten val gebracht.

Maar de slangen keren die blik radicaal om. Wie Medusa – na het ingrijpen van Athene – aankeek, versteende. Met één blik kon zij nu zelf vernietigen.
Het werd de Female Gaze… het antidotum op Medusa’s eigen vernedering: de vrouw die je niet meer kunt aankijken zonder gevolgen. Niet langer object, maar subject geworden.

Deed Athene dit uit vrouwelijke solidariteit of als straf van een vaderskind dat orde boven waarheid stelt? Die ambiguïteit blijft. Maar de uitwerking is helder: Medusa is na dit ingrijpen onbenaderbaar geworden. Oncontroleerbaar. Eng. Gevaarlijk voor wie haar durft aan te kijken.

De terugkeer van het vrouwelijke

Dat Medusa nu terugkeert, is geen toeval. In een tijd van Epstein-files, de zaak Pelicot, en een gestage stroom verhalen over seksueel misbruik en weggedrukte vrouwelijke woede, verschijnt zij als archetype van wat te lang is ontkend. Als tegenbeweging en antwoord op de stereotypering van vrouwen.

Vrouwelijke woede wordt vaak weggezet als hysterie. Slachtoffers worden gedemoniseerd, daders lopen vrij. Vrouwen dienen zacht en volgzaam te zijn, aan uiterlijke normen te voldoen (vergelijk dit met wat de Volkskrant publiceerde over de Mar El Lago -vrouwen) … de Male Gaze in geïnstitutionaliseerde vorm.

Medusa vraagt niet om medelijden, maar om erkenning. Dat we het gaan zien.
Ze herinnert ons eraan dat heling niet begint met verzoening, maar met het recht aankijken van de gruwelijkheid.

Perseus

En dan is er nog Perseus, de held die haar hoofd moest zien te veroveren. Slim genoeg kijkt hij haar niet aan, maar gebruikt een spiegel. Zelfs na haar dood, is hij in staat te winnen, weliswaar via een omweg, via een reflectie. Kennelijk kan hij haar nog steeds niet recht in de ogen kijken.

Medusa’s kracht laat zich niet vernietigen. Uit haar bloed wordt Pegasus geboren, de geïnspireerde geest, de creatieve kracht.
Wat zoveel kan betekenen als: dat wat we proberen te doden, transformeert naar een nieuwe vorm.

Medusa’s hoofd is een waarschuwing plus een herinnering.
Ze bewaakt de grens door de gruwelijkheid terug te spiegelen. Als je haar tegenkomt, in musea, op protestborden, in films, onthoud dan: Medusa is geen monster, maar een vrouw die weigert nog langer te verstenen van angst.

(c) Mieke Bouma

Zijn of niet zijn…

Hoe kunst kan helen…

Hamlet stelt deze beroemde vraag ‘Zijn of niet zijn…?’
Ik stel hem mezelf ook wel eens.

Niet in de dramatische zin van het woord. Geen dolk of slaapmiddelen, maar gewoon: doorgaan of even niet?
Verdragen… of wegvluchten?

Wat Hamlet doet is tobben. Hij kan zijn hoofd niet uitschakelen en de maalstroom van gedachten maakt hem gek. Moet ie nu wel zijn vader wreken of niet? Bestaat er leven na de dood? Het hele stuk piekert hij over existentiële vragen, morele dilemma’s en heeft hij diepe persoonlijke conflicten.

Ik heb ook wel eens last van zo’n innerlijke terrorist die me voortdurend bestookt met een spervuur aan gedachten. En gedachten kunnen behoorlijk gekmakend zijn. Vooral twijfel maakt besluiteloos, angstig en zorgt dat we de boel niet voldoende vertrouwen. Het houdt ons gevangen.

Onlangs zag ik de film Hamnet (2025, film directed by Chloé Zhao) – over het verlies van Shakespeare’s zoontje en het is zo mooi hoe de makers het biografische gegeven (het echte verdriet om de dood van het jongetje) benutten om Shakespeares drijfveren en zielenroerselen (en die van zijn vrouw) duidelijk te maken. Hoe hij rouw, wanhoop en twijfel weet om te smeden naar een betekenisvolle tekst en zo iets moois en nieuws naar voren bracht.
Een besef, een bewustzijn.

Dat is de alchemie van kunst. Een proces waarin van lood goud wordt gesmeed.

Waarmee weer eens duidelijk wordt dat we ons leven niet kunnen vernieuwen met ratio, denkmodellen en analyses.
Alleen met radicale transformatie (=omvorming). Van lood naar goud. (In populaire termen heet dat: hoe je van je shit een hit maakt.)

Maar ja, schakel dat denken maar eens uit. Een gemiddeld brein produceert zo’n 60.000 gedachten per dag, waarvan 95% over het verleden gaat en meestal negatief is, de grammofoonplaat die blijft hangen. We herkauwen, we malen, we bouwen gevangenissen van ‘wat als’ en ‘als ik maar’.

Twijfel is trouwens een oud familielid. Volgens de I Tjing wordt op het moment dat vadertje Hemel en Moedertje Aarde elkaar ontmoeten, Intuïtie geboren, die heldere flits van innerlijk weten. Maar direct daarna komt z’n jongere broertje ter wereld: Twijfel. Altijd sceptisch, berekenend, altijd met een tegenargument paraat.

Het gaat er niet om dat we de Twijfel verslaan, dat lukt toch niet. Maar we kunnen strategieën verzinnen om Twijfel de mond snoeren.

Dat lukt het beste met creativiteit, meditatie, muziek, spel en aanwezigheid.
Als ik volledig opga in iets – schrijven, ademen, tekenen, bewegen – stopt de twijfel. Dan verdwijnt mijn tobberige ikje even naar de achtergrond, daal ik af naar een dieper stukje in mezelf.
En dat is precies het moment waarop de terrorist zijn grip verliest en er iets nieuws geboren kan worden.

Nu de wereld weer eens superonveilig lijkt, er spanningen zijn op het wereldtoneel, maar ook als er andere zorgen zijn of onzekerheden… probeer ik elke dag uit mijn hoofd te geraken, door iets leuks te doen, iets onverwachts, iets om de routines e doorbreken. Dat stimuleert de dopamine, sust de terrorist en geeft mijn brein een pauze.

Zijn of niet zijn?
Zijn!
Maar dan wel op jouw eigen wijze: aanwezig, speels, en zonder het spervuur van je innerlijke terrorist.

‘Wat je ook kunt doen of droomt te kunnen, begin ermee. Stoutmoedigheid bergt genialiteit, kracht en magie in zich.’

— Goethe

(C) Mieke Bouma

Veranderen… wat is het?

Alles verandert
Zegt men.
Is veranderen van gedaante wisselen?
Van vorm veranderen?
of juist alles afpellen tot er iets aan essentie overblijft?
Is het een nieuw hoofdstuk beginnen
en eindelijk stoppen met het herhalen van patronen?

Of is veranderen je koers verleggen,
en toegeven dat je al die tijd tegen de stroom in roeide?
Is het loslaten wat niet meer past,
of juist de pijn aankijken en integreren?

Is veranderen een metamorfose
een sprong, een breuk, een onomkeerbaar moment?
Of is het transitie:
schuiven, wachten, vallen en weer opstaan
zonder precies te weten wie je aan het worden bent?

Groei, zeggen we dan. Ontwikkeling.
Maar groeit een mens weg van zichzelf
of juist dieper erin?
Verandert de kern,
of leert zij eindelijk spreken?

Misschien is veranderen niets anders
dan luisteren naar wat al fluistert,
en daar niet langer van wegkijken.

(c) MB

Tussen de oevers – Over Charon en Cheiron, twee mythische gidsen

Ik bezocht laatst het Prado in Madrid, de waanzinnige kunsttempel waar de geschiedenis in lagen verf op elkaar is gestapeld. Wat opvalt: oorlog, moord, dood. Veel dood. De schreeuw van Goya snijdt door het doek. Een man wordt geëxecuteerd, zijn armen gespreid als een onheilige Christus, zijn ogen opengesperd. De nacht schreeuwt terug.

Even verderop: Crossing the Styx van Patinir. Een rivier als grens tussen hemel en hel. Links het licht, rechts het vuur. De veerman zet de zielen over. Gaan ze richting verlossing of verdoemenis?

Charon

Wat me treft, is die eeuwige tweedeling. Altijd goed of kwaad. Hemel of hel. Liefde of moordzucht. Dat oeroude conflict, in eindeloze variaties, waarin we als mensheid lijken vast te zitten.

Is het geen tijd voor een ander verhaal?
Eentje waarin de tegendelen elkaar niet bevechten, maar ontmoeten. Een verhaal waarin de duisternis niet overwonnen hoeft te worden, maar erkend. Ook de pijnlijke, vergeten, rauwe stukken.

Ik loop verder door het museum, maar iets in mij blijft achter bij die rivier. Bij Charon, de veerman die in dat bootje zielen overzet. Hij kiest geen partij. Hij verblijft in het midden.

Hij kiest niet tussen hemel of hel, goed of fout, schuldig of onschuldig. Hij kiest überhaupt niet.
Hij draagt. Hij faciliteert.

Misschien is dát wel de derde weg. Niet links of rechts, niet licht of duister, maar de bedding daartussen. Waar de rivier niet scheidt, maar draagt.

Die weg hangt niet aan de muur van een museum. Hij ligt in onszelf. In hoe we kijken en luisteren. In hoe we zoeken naar wat ons heel maakt. Misschien hoeven we niet te strijden voor het licht, maar moeten we leren varen op de stroom van het niet-weten.

Cheiron
In de mythologie bestaat er nog zo’n figuur die deze tussenruimte belichaamt: Cheiron, de centaur. Ja hun namen lijken op elkaar. Hij is half mens, half dier. Geen held die overwint, maar een wijze die begeleidt. Cheiron stond bekend om zijn kennis van geneeskunde en astrologie, een boogschutter op zoek naar zin en betekenis. Als zoon van Kronos was hij onsterfelijk.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/96/Achilleus_Lyra.jpg

Tot hij – bij vergissing – werd geraakt door een giftige pijl van Herakles.

Ironisch genoeg kon de genezer zichzelf niet genezen. De pijn was ondraaglijk. En juist daarin openbaarde zich zijn laatste les. Cheiron gaf zijn onsterfelijkheid op ten behoeve van Prometheus, die gestraft was omdat hij het goddelijke vuur naar de mensen had gebracht. Door dit offer werd Prometheus bevrijd.

In het opgeven van zijn onsterfelijkheid, vond Cheiron zijn diepste betekenis.

Misschien raakt dit aan iets wezenlijks in ons eigen leven. Onze grootste kwaliteiten  dragen vaak ook hun schaduw in zich. Als we goed zijn in zorgen voor anderen vergeten we makkelijk onszelf. Een scherp analytisch vermogen zorgt er makkelijk voor dat de bezieling verdwijnt.
Cheiron leert ons dat wijsheid niet altijd ontstaat door beheersing, strijd of overwinning, maar door het uithouden van kwetsbaarheid. Door te blijven in het midden, juist wanneer het schuurt.
Dat maakt zijn verhaal tot een zachte, hoopvolle boodschap voor wie het even niet weet. Voor wie zich tussen de oevers bevindt. Niet aan deze kant, niet aan de overkant — maar op de rivier zelf.

En misschien is dat precies waar het leven ons soms wil hebben.


Charon en Cheiron: twee gidsen, één overgang

In deze tekst verschijnen twee mythische figuren die soms met elkaar worden verward, maar elk een andere fase van transformatie vertegenwoordigen.

Charon is de veerman van de onderwereld. Hij begeleidt zielen over de rivier tussen leven en dood. Hij oordeelt niet en geneest niet — hij draagt. Charon belichaamt de liminale fase: het ertussenin, waar oude zekerheden zijn weggevallen en richting nog ontbreekt.

Cheiron, de centaur en gewonde genezer, verschijnt pas daarna. Hij staat voor de innerlijke verwerking van die overgang. Zijn wond kan niet worden geheeld, maar wordt bron van wijsheid en compassie. Waar Charon de crisis bewaakt, leert Cheiron hoe betekenis kan ontstaan door kwetsbaarheid.

Samen verbeelden zij geen tegenstelling, maar een beweging:
van overtocht naar inzicht,
van ontregeling naar integratie.

MB

De transformatiemythe van Amaterasu

Mensen houden niet zo van verandering. Willen liefst alles houden zoals het altijd al was.

Toch is verandering de enige constante in het universum en alle verhalen gaan erover.
Verhalen vertellen hoe iets of iemand verandert, transformeert, zich vernieuwt, uitgroeit tot iets groters, zichzelf vindt, tot bloei komt, een metamorfose ondergaat, tot nieuwe inzichten komt…

Of ze gaan juist over hoe iemand door dommigheid of slechte keuzes steeds verder van zichzelf afdwaalt, in de penarie komt en een catastrofe veroorzaakt. Het nieuws staat er bol van.

Het spant erom dus: welke keuzes maak je als het erop aankomt?

Ik vond een mooie, rijke transformatie-mythe, namelijk die over de Japanse zonnegodin Amaterasu.

Amaterasu is het licht, de grote orde, het ritme van dag en nacht. Zij zorgt voor licht, liefde en leven voort; zonder haar stokt alles.
Ze is een dragend, regulerend principe: niet vurig of verzengend, maar zichtbaar, betrouwbaar en het symbool voor continuïteit en cycli.

Maar zoals het in een goed verhaal betaamt, wordt op een dag de orde verstoord.

Amaterasu’s broer, Susanoo, de stormgod is grillig, destructief, ongeremd. En op een dag gaat hij helemaal los.

Hij vernielt de rijstvelden, ontheiligt haar weefhuis, doodt één van haar dienaressen. Geen kleine ruzie, Susanoo zorgt voor een grove schending van de kosmische orde.
Het vrouwelijke principe – waar Amaterasu symbool voor staat – dat van zorg, licht, regelmaat en continuïteit wordt bruut overrompeld.

En wat is het gevolg? Amaterasu verdwijnt. Ze trekt zich terug. Het licht verdwijnt. Ze vecht niet. Ze straft niet. Ze gaat ook niet ten onder. Het wordt alleen donker.

Amaterasu sluit zich op in een Hemelse grot en de aarde hult zich in het duister.
Oogsten mislukken. Demonen krijgen vrij spel, alleen maar omdat Amaterasu, de zonnegodin, zich heeft verstopt.

De aarde beleeft een barre tijd. Er is geen ritme, geen zicht, geen samenhang meer omdat het goddelijk, vrouwelijk principe zich heeft teruggetrokken. Want pas bij afwezigheid wordt haar betekenis zichtbaar.
Dus wat te doen?

De goden overleggen: hoe lok je het licht terug? Hoe krijg je Amaterasu terug op de plek waar ze hoort?
Niet met geweld. Niet met argumenten.
Ja, natuurlijk: met spel, kunst, verhalen en gemeenschapsgevoel!

Eén van de godinnen begint direct schaamteloos, wild, extatisch te dansen, andere goden sluiten aan, lachen en beginnen te spelen, muziek te maken, weer anderen vertellen verhalen en er ontstaat weer geluid, leven en plezier.

Amaterasu hoort de vreugdevolle geluiden en is nieuwsgierig. Ze schuift de rots die de opening van haar grot verbergt, een stukje opzij.
En dan gebeurt iets bijzonders: Ze ziet zichzelf in een heilige spiegel. Zij herkent zichzelf in de vreugde, de dans en het spel en beseft dat zij zelf het licht is.  Daarop schuift ze de rots helemaal weg en komt ze in al haar stralende aanwezigheid tevoorschijn.
Eindelijk is de zon is teruggekeerd. Niet een andere zon, maar dezelfde, nu zelfbewustere, zon.

Amaterasu straalt weer. Ze is niet veranderd van aard, niet machtiger, niet ‘harder’ of feller. Zij weet nu wat haar afwezigheid veroorzaakt, zij heeft haar waarde leren kennen. En zo wordt de orde hersteld. Het licht keert terug.

Een bijzondere mythe over transformatie… omdat Amaterasu niet van vorm verandert. Ze ondergaat geen dood of wedergeboorte. Haar transformatie is subtieler: Haar licht wordt door haar zelf en de anderen erkend als een bewust cruciaal licht.

De kern van deze mythe – en van deze transformatie – is dat verandering vaak een besef of een bewustwording is. En pas dan kan het licht blijven schijnen. Of sterker nog: feller schijnen.

Het is de bewustwording die het verschil maakt.

MB

Het gaat vanzelf

het gaat vanzelf…
laat maar los
laat maar gaan
laat vallen
geef op
weersta niets
ontspan totaal
vertraag
verstil
wees stil
zwijg
zeg niets
houd je mond
houd je bek
verdraag
sluit je ogen
open je ogen
stel je open
ontvang
wacht
doe niets
laat het gebeuren
laat het toe
laat het zijn
blijf
ga niet
duik onder
verdwijn even
trek je terug
keer naar binnen
adem
zucht
slaap
dut
mijmer
dwaal
staar
luister
luister niet
hoor niets
zoek niet
vind niets
verwacht niets
wil niets
moet niets
begrijp niet
weet niet
vergeet alles
onthecht
ontleer
ontdoe je
ontspan je greep
laat de tijd lopen
laat de tijd stilvallen
hij komt vanzelf weer op gang

Voor iedereen die dit leest…
Een verrassend, vredig, zacht en verbindend 2026

De Furiën zijn terug

Waarom vrouwelijke woede nodig is voor transformatie

Te lang hebben vrouwen in angst geleefd. Te lang hebben we onze woede ingeslikt, ons verdriet gesmoord, onszelf klein gemaakt. Maar er komt een moment dat woede niet langer kan worden ingehouden. Dan breekt ze los, als storm, als vulkaan, als vloed.

In de Griekse mythologie waren het de Furiën (Erinyen) die onrecht niet ongestraft lieten. Zij achtervolgden de schuldigen tot ze hun misdaden bekenden. Men vreesde hen, maar eigenlijk waren ze de stem van gerechtigheid.
Vandaag zien we hoe de Furiën terugkeren. Niet in mythen, maar op straat. Ze eisen de nacht op, maken een vuist, eisen recht op abortus en eerlijke beloning.

Woede is nodig

We zijn vaak bang gemaakt voor woede. ‘Blijf redelijk’, ‘Doe beschaafd’, Wees geduldig’…
Maar daarmee veranderen we de wereld niet. Redelijkheid en lief gedrag winnen geen oorlog.
Woede daarentegen is een heilige energie. Ze breekt open wat verstard is. Ze maakt zichtbaar wat verborgen werd. Ze weigert nog langer de last van stilte te dragen.

We zien het overal:

  • In Frankrijk, waar duizenden vrouwen eind 2024 de straat op gingen na de verkrachtingszaak van Gisele Pélicot, en waar het aantal femicides onverbiddelijk hoog blijft.
  • In Iran, waar vrouwen hun hoofddoeken verbranden en hun levens riskeren om hun stem te laten horen.
  • In Gaza en Oekraïne, waar moeders wanhopig huilen om hun kinderen en weigeren stil te blijven.
  • In Nederland vrouwen die de straat opeisen, na de moord op de 17-jarige Lisa.
  • In de cijfers die telkens weer aantonen dat vrouwen, wereldwijd, disproportioneel lijden onder geweld, oorlog en machtsmisbruik en moord.

Deze woede is geen hysterische uitbarsting. Het is een kracht die noodzakelijk is om transformatie in gang te zetten.

De Furiën als archetype van nu

De terugkeer van de Furiën is geen dreiging, maar een uitnodiging.
Ze vragen: Waar is jouw grens? Wanneer zeg jij: tot hier en niet verder?

In mijn werk met mythen en archetypen zie ik hoe de reis van de Heldin niet alleen gaat over liefde en heling, maar ook over de moed om woede te erkennen als deel van onze vrouwelijke kracht.

Godinnen als Kali, Medusa, Medea en Sekhmet herinneren ons eraan dat vernietiging soms nodig is om ruimte te maken voor iets nieuws.

Hun woede is niet willekeurig, maar gericht. Niet vernietigend om het vernietigen, maar als weg naar balans en waarheid.

Van angst naar transformatie

We hebben eeuwenlang geleerd ons te voegen naar het systeem. We zijn gewend voorzichtig te zijn, op onze hoede als we over straat lopen. Maar angst houdt ons klein, terwijl woede ons kan openen naar verandering.
De vraag is niet langer of woede gevaarlijk is, maar hoe we haar kunnen gebruiken als brandstof voor transformatie.

Dit is waar ik mijn komende posts op dit platform aan wil wijden: een herlezing van mythen en godinnenverhalen waarin woede, verdriet en wraak niet worden weggeduwd, maar serieus genomen als oerkrachten die we nodig hebben. Het wordt een reis langs twaalf archetypische vrouwenfiguren, van Lilith tot Medea, van Durga tot Sophia, mythische krachten die ons leren dat de weg naar heling begint met het erkennen van de storm in onszelf.

De Furiën zijn terug.
En dat is goed nieuws.
Want zonder hun woede, blijft alles zoals het was.

 

Mieke Bouma (Deze post verscheen op Substack)
https://miekebouma1.substack.com/

La Llorona

Dit is een verhaal dat in Mexico vaak aan kinderen verteld wordt. Om hen te waarschuwen na zonsondergang niet meer naar langs de rivier te lopen, want dan zouden ze zomaar meegenomen kunnen worden door La Llorona.

Dit is het verhaal:

Lang geleden, in een klein dorpje, was er eens een mooi jong meisje met de naam Maria. En het moet gezegd… ze was inderdaad mooi maar had behoorlijk wat eigendunk. Ze vond de jongens uit haar dorp maar niets.
‘Als ik trouw,’ zei Maria, ‘is dat met de knapste man van de wereld.’

Op een dag, kwam er een man naar het dorp die voldeed aan het beeld van de ideale man. Het was een mooie jonge ranchero, de zoon van een rijke rancher uit het zuiden die heel goed kon paardrijden op wilde paarden. Daarbij was hij heel erg knap! En kon ook prachtig gitaar spelen en zingen. Dit was beslist de man voor haar!

Ook hij was onmiddellijk verkocht toen hij haar zag. Wat een mooi meisje was dit. Hij besloot haar het hof te maken, maar zij paste wat trucjes toe om zijn passie nog groter te maken.
Zo draaide ze bewust haar hoofd af, als ze elkaar tegenkwamen onderweg. En wanneer hij ’s avonds naar haar huis kwam om serenades te spelen met zijn gitaar, kwam ze niet eens naar het raam. Ook weigerde ze al zijn kostbare geschenken. En dat maakt haar nog aantrekkelijker voor hem.

En ja, het werkte, want al snel waren zij en de ranchero verloofd en kort daarna trouwden ze. In het begin ging alles goed. Ze kregen twee kinderen en ze leken een gelukkig gezin.
Maar na een paar jaar keerde de ranchero terug naar het wilde leven op de prairie. Hij verliet het dorp en bleef maandenlang weg. En wanneer hij terugkwam, was het vooral om zijn kinderen te bezoeken. Zijn interesse in Maria nam af. En hij sprak over trouwen met een vrouw uit zijn eigen rijke klasse.

Dat kon Maria natuurlijk niet verkroppen. Ze begon boos te worden op hem en snauwde haar kinderen af. De relatie verslechterde.
Op een avond, toen Maria met haar twee kinderen bij de rivier wandelde, betrapte ze haar man die in een koets met een mooie vrouw naast hem langsreed. Hij stopte de koets om met zijn kinderen te praten, maar negeerde Maria. Daarna reed hij verder zonder acht op haar te slaan.

Maria’s woede richtte zich op haar kinderen. Ze was zo wanhopig en boos dat ze haar twee kinderen greep en hen uit wanhoop en wraak in de rivier gooide! De kinderen verdwenen in de stroom.
Toen realiseerde ze zich wat ze had gedaan! Ze rende radeloos langs de oever van de rivier, reikend naar hen met haar armen, jammerend. Maar ze waren al lang met de stroom verdwenen.

De volgende ochtend meldde een voorbijganger dat er een vrouw dood langs de oever van de rivier lag. Men ging kijken en vond daar Maria. Ze begroeven haar waar ze gevonden was.
De eerste nacht dat Maria in het graf lag, hoorden de dorpelingen gehuil bij de rivier. Het was niet de wind, maar La Llorona die jammerde om haar verloren kinderen.
Mensen die op het gehuil afkwamen, zagen een vrouw langs de oever van de rivier lopen, gekleed in een lange witte jurk, precies zoals ze Maria hadden aangekleed voor de begrafenis.

En sindsdien was de witte schim  in de donkere nacht vaker te zien. En hoorde men hoe deze gestalte jammerend langs de oever van de rivier liep en met haar lange benige vingers over de bodem van de rivier schraapte. Op zoek naar haar kinderen.
Sinds die tijd noemt men haar La Llorona, de huilende vrouw.

Want ja, een leven vol verlies en verraad, een leven waar het vrouwelijke wordt misbruikt en afgedankt, creëert een tragisch en gevaarlijk wezen dat gevangen zit tussen leven en dood, redding en vernietiging.

La Llorona is een metafoor geworden voor de aantasting van de creatieve stroom. Het verhaal kent overeenkomsten met het verhaal van Medea, waar eveneens een vernietigende mannelijke invloed zorgt dat er een gevoel van frustratie en blinde woede loskomt, die eigenlijk alles wel kapot wil maken.

Illustratie: Eva Poppink 

Verhaal bewerkt en opgeschreven door Mieke Bouma

(De legende kent verschillende oorsprongsverhalen. Volgens één verhaal is haar verhaal ontstaan ​​in Mexico; een ander verhaal beweert dat het via mondelinge overlevering uit Spanje is overgeleverd. Sommige historici identificeren La Llorona als direct gelinkt aan de Azteekse aardgodin Coatlicue. Een andere traditie beweert dat ze Malintzin is, of “La Malinche”, de tot slaaf gemaakte inheemse vrouw die de primaire tolk en concubine was van de Spaanse conquistador Hernán Cortés. Deze versie werd verteld in Rudolfo Anaya’s roman The Legend of La Llorona (1984). Afgezien van deze speculaties, blijft La Llorona voortbestaan ​​als een mythe die angst blijft inboezemen bij kinderen van Latijns-Amerikaanse afkomst.)

 

De mythe van Sekhmet en de transformerende kracht van woede

Tijd om aandacht te besteden aan de donkere en destructieve – en daarmee transformerende – krachten die vrouwen in zichzelf kunnen aanboren.

Het is niet bepaald een vrouwvriendelijke tijd. Vrouwen moeten lijdzaam toekijken hoe mannen met macht de dienst uitmaken, moeten ervaren hoe de natuur wordt uitgebuit, hoe hun zonen als kanonnenvoer worden opgevoerd en zijn slachtoffer van verkrachting, miskenning en verwaarlozing.

Maar laten we niet vergeten dat in een wereld waarin mannelijke waarden en testosteron de dienst uitmaken, Sekhmet geactiveerd kan worden: het archetype van de woedende, felle voorvechtster van waarden, creativiteit, gezondheid en natuur.

Wie is Sekhmet?

Sekhmet is een godin uit de Egyptische mythologie, ook wel het Oog van Ra genoemd. Sekhmet had een leeuwenkop en was de godin van de vergelding, ziekte en leeuwinnen. In de ogen van de Egyptenaren was ze een zeer krachtige godin. Sechmet symboliseerde de verwoestende kracht van de zon.

Dit is het verhaal:

De goden hadden bij de schepping de mensen allerlei talenten meegegeven zodat ze op aarde konden gedijen en tot bloei konden komen, maar in plaats van dankbaarheid en eerbied voor deze bijzondere talenten, maakte de mensheid er een puinhoop van.
Ze wilden de goden zelfs hun macht ontnemen en zelf voor god spelen. Ze namen het recht in eigen hand, voerden oorlogen en sloegen godslasterlijke taal uit. Kwaadaardige keizers en malafide priesters zwoeren samen om het heilig vrouwelijke en daarmee moeder natuur te vernietigen. Daarvoor gebruikten ze de vermogens die ze nu juist van de goden hadden ontvangen.

De God Ra, de Zonnekoning die met de andere oude godheden al eeuwig in de oerwateren verkeerde, hoorde van de plannen en riep de goden bijeen.

Ze besloten gezamenlijk dat de godin Sekhmet ‘de kracht waartegen geen kracht is opgewassen’, zich op aarde moest manifesteren om een einde aan de tirannie te maken. Ze gaven haar de opdracht om alle mensen met slechte gedachten en boze plannen te straffen.

Dus Sekhmet begaf zich tussen de kwaadwilligen, de machthebbers en vernietigde hen. Met de woestheid van een razende leeuwin slachtte ze mensen af, scheurde hun lichamen uiteen en dronk hun bloed. Het bloedbad was gigantisch.

Maar het bloed van de mensen bracht haar in een vreemde roes en ze ging zo op in haar woede dat de goden beseften dat ze haar een halt toe moesten roepen voordat ze al het leven op aarde zou vernietigen. Als de geest eenmaal uit de fles is…

Dus liet Ra planten en kruiden komen waarvan geestverruimende middelen konden worden gebrouwen. Deze stuurde hij naar Setki die ze mengde met bier en een mengsel van rode oker. Sekti vulde zevenduizend kruiken met dit mengsel en bracht ze naar de plek waar Sekhmet langs zou komen. Daar goot hij ze leeg, zodat de aarde onderliep en de velden volstroomden met de bloedrode vloeistof.

Toen Sekhmet langskwam, dacht ze dat het bloed was en dronk er gulzig van. Maar de kruiden zorgden ervoor dat ze kalmeerde. Daarop zag ze af van haar plan de hele mensheid uit te roeien en begaf zich weer onder de goden.

Wat betekent Sekhmet in onze tijd?
Hoe sterker de greep van het patriarchaat, hoe meer van vrouwen wordt verwacht dat ze zich aanpassen en hun mond houden om maar niet in conflict te komen met het gezag. Maar al dat zwijgen en slikken, en je moeten aanpassen, leidt tot opgekropte woede en dat kan depressie en radeloosheid tot gevolg hebben. Sekhmet helpt ons herinneren dat woede over onrecht de vrije teugel mag krijgen, als er fundamentele waarden op het spel staan.

In de psyche van elke vrouw leeft Sekhmet als archetype. Laten we haar serieus nemen als transformerende kracht, waarmee rekening gehouden moet worden.

Aas van Staven

de Grote Geest heeft een idee gebaard
Het tilt mij op
en geeft mij vaart
Het vuur van het plan
De goddelijke puls
Zingt een wereld in mij wakker
De energie van het idee
Brengt actie met zich mee

Gedichten n.a.v Tarot

 

 

Het rad van fortuin

Het Rad van fortuin

‘See the world spinning round’

Het lot neemt nu een wending
Zomaar voor je neus
Als je denkt dat kan niet
Vrouw Fortuna laat geen keus
Ze spiraalt je – hup – naar boven
Naar een nieuwe, and’re tijd
Voorbij nu de voorspelbaarheid
Heus geen fictie maar een feit.
Hou je nu, mijn lieve kind
Eenvoudig vast aan de wind
Laat dan vervolgens alles los
En kijk eens wat je vindt.

Gedichtjes n.a.v. Tarotkaarten…

 

Dwars door de duisternis


‘Wie ben ik en waar ben ik naar toe op weg’… vragen die iedereen zich wel eens stelt. Het is als dwalen door een donker bos, op zoek naar… Ja, naar wat eigenlijk? En is er iemand die je de weg wijst?

In het Oost-Europese sprookje Vasalisa de Wijze krijgt Vasalisa op het sterfbed van haar moeder een klein lappenpopje. Dit popje moet ze met regelmaat wat eten geven en dan kan ze altijd om raad of hulp vragen, belooft haar moeder.
Niet lang daarna hertrouwt Vasalisa’s vader en de stiefmoeder en stiefzussen treiteren Vasalisa en laten haar sloven.
Op een dag, als het vuur in huis is uitgegaan, sturen ze haar het bos in, om een gloeiend stuk kool halen bij de boosaardige heks Baba Jaga.

Onderweg in het pikdonkere bos, vraagt Vasalisa steeds aan het popje welke kant ze op moet en zo arriveert ze bij de hut van Baba Jaga, een angstaanjagend wezen in een hut op kippenpoten en met grendels op de deuren van mensenvingers.
Vasalisa vraagt een kooltje vuur aan Baba Jaga, maar moet van haar eerst een aantal taken vervullen: het erf en het huis vegen, beschimmeld mais van goede mais scheiden, maandzaadjes van de aarde scheiden. Ook stelt Baba Jaga haar moeilijke vragen.

Gelukkig helpt het lappenpopje haar steeds de juiste antwoorden te geven en alle taken moeiteloos te voltooien.
Pas dan krijgt ze van Baba Jaga een schedel op een stok met daarin gloeiende kooltjes om mee te nemen. Triomfantelijk loopt ze met de schedel door het bos naar huis. Haar pad wordt nu verlicht. Als de stiefmoeder en stiefzusjes haar zien aankomen, rennen ze op haar af en trekken de schedel met gloeiende kooltjes uit haar handen.
Maar het vuur in de schedel verbrandt hen en ‘s morgens is er van de stief-familie alleen nog maar een hoopje as over.

Dit verhaal gaat over de ‘zegen’ van de intuïtie, gesymboliseerd door het popje. Dit intuïtieve vermogen dat we met ons meedragen, wijst ons altijd de weg. Maar het kan uit zicht raken als het niet gevoed wordt. Dan is er werk aan de winkel. We moeten op pad, dwars door de duisternis, schoon schip maken, het één van het ander leren onderscheiden voordat we ‘verlicht’ terug kunnen keren en korte metten kunnen maken met dat wat ons de hele tijd dwarsboomt.

© Mieke Bouma

Deze column verscheen in Yoga International mei’24:

52_YI2_Column_Zin_Zen_en_Onzin

 

Je ware natuur

‘Vind je ware natuur!’ kopte de folder voor de yogaretraite die ik in handen kreeg. Interessante belofte, dacht ik, maar kan die belofte waargemaakt worden? Waar bevindt die ware natuur zich dan? Wat is eigenlijk je ware natuur? Kun je hem te pakken krijgen?

Best een ingewikkelde vraag, vergelijkbaar met vragen als: ‘Wie of wat kijkt er door mijn ogen? Of: wat is het geluid van één klappende hand? 

Zoeken naar je ware natuur is een paradox. Alsof hij ergens buiten jezelf bestaat en je er je best voor moet doen hem te pakken te krijgen. Zoiets als een mug op je slaapkamer, die in het donker rond je hoofd zoemt, maar verdwenen is als je het licht aandoet.

Er is een mooi filmpje van Michael Dudok de Wit The Monk and the Fish over een monnik die zo graag een vis wil vangen en echt van alles doet om de vis te pakken te krijgen. Met een hengel… met een visnetje… hij studeert…hij bidt… hij zet hulptroepen in… hij ligt ervan wakker… maar wat hij ook doet, de vis ontglipt hem keer op keer. Hij wordt er wanhopig van. Totdat hij het op een goed moment opgeeft! En jawel… dan gebeurt het. Hij laat het streven los, vindt de vis en wordt één met de vis. Hij vindt eindelijk verlichting.

Volgens de zenboeddhisten kan iedereen verlichting bereiken en één worden met de ware natuur. Maar pas als je je realiseert dat zoeken je er verder van afbrengt. Pas als je niets meer najaagt vind je het.

Zoals de monniken die bij de Boeddha kwamen en wilden weten wat de ware natuur nu eigenlijk was. Ze stelden hun vraag, waren benieuwd naar het antwoord, maar de Boeddha zweeg. En zweeg. En zweeg. De monniken keken elkaar niet begrijpend aan. De Boeddha bleef zwijgen. Tenslotte hield hij een bloem omhoog. De monniken begrepen het niet, maar er was één monnik, Mahakasyapa bij wie een glimlach op het gezicht verscheen. En de Boeddha zag dat hij het begrepen had.

Dus… je ware natuur vinden tijdens een retraite? Denk maar niet dat je iets vindt. Je vindt… niets.

Interview Re-Story n.a.v. Leren dansen met de Draak

Mischa Verheijden van Re-Story interviewde mij n.a.v. mijn boek Leren dansen met de draak.

In het niemandsland waar het oude verhaal voorbij is en het nieuwe nog niet geboren is kan je jezelf vernieuwen.

-door Mischa Verheijden

De kernboodschap van de mythen en verhalen die mensen elkaar door de eeuwen heen hebben verteld is dat eerst iets moet vastlopen of stagneren voordat we bereid zijn dieper te duiken en ons perspectief te verschuiven. Dramaturg, scenarioschrijver en oprichter van de Storytelling Academy Mieke Bouma bundelt in Leren dansen met de draak mythen en verhalen over het omgaan met een crisis: “Verhalen leren je hoe je jezelf kan vernieuwen en vooral hoe je vertrouwen kan houden in moeilijke tijden.”  

“Als kind was ik al dol op verhalen en sprookjes en ik had gelukkig een moeder die dat ook was. Zij las me heel veel mythen, sprookjes en bijbelverhalen voor.

Ik had al snel door dat die verhalen boodschappen bevatten en dacht na over de betekenis ervan: waarom heeft de schrijver dit erin gezet? Van jongs af aan had ik ook het idee dat ik zelf verhalen kon maken en ik begon dus al vroeg met schrijven en het bedenken van verhalen.

Ik heb daar mijn vak van kunnen maken. Op de theaterschool raakte ik geïnteresseerd in hoe je betekenis kan creëren met de stukken die je brengt. Het zoeken naar betekenis vind ik een heel mooi proces.”

Betekenis verloren

Met Leren dansen met de draak: mythen en verhalen over omgaan met een crisis vat Mieke Bouma perfect de tijdgeest, omdat juist in de huidige chaotische crisistijd veel mensen het gevoel hebben hun betekenis te zijn verloren.

Lees het hele interview…

De innerlijke tijger wakker maken

‘Wat wordt hier geboren en wat gaat hier dood?’ Dat is de vraag die je volgens psycholoog en sjamaan Alberto Villoldo moet stellen als er sprake is van een crisis. Een crisis kondigt een overgangsfase aan naar een nieuwe status quo. Het oude is voorbij, maar het nieuwe is nog niet in zicht. En in dat ‘tussenland’ is alles onzeker en mistig. Lastig voor veel mensen. Toch kan op het donkerste punt ineens het licht aan gaan. Daarover dit verhaaltje:

Een pasgeboren tijgertje, wiens moeder tragisch om het leven komt, wordt opgevangen en gevoed door een kudde geiten. Het tijgertje krijgt geitenmelk, leert blaten als een geit en groeit op in de kudde. Met de geitenjonkies speelt hij op de berghelling en weet niet beter dan dat hij een geit is.

Op een dag wordt de kudde beslopen door een wilde tijger, die zijn zinnen heeft gezet op een lekker geitenbokje. De tijger is verbaasd als hij tussen de geiten een tijgertje ziet. Hij sluipt dichterbij, grijpt het tijgerjong in zijn nekvel en rent ermee weg.

Het tijgerjong is bang. Hij weet dat tijgers geiten eten en vermoedt dat zijn laatste uur geslagen is.

De tijger sleurt het angstige tijgerjong mee naar een bergmeertje en houdt het dier boven het spiegelende water. Het tijgerjong is verbaasd als hij de weerspiegeling ziet. Hij ziet een tijger en geen geit!

Op dat moment verschuift er iets vanbinnen. Hij ontdekt zijn ware tijger-zelf en laat een indrukwekkende tijgergrom horen die tot in de verre omtrek klinkt.

De grote tijger laat het tijgertje naast zich op de grond zakken. Samen trekken ze verder en doen wat tijgers te doen hebben.

De innerlijke verschuiving van beperkt ‘geitenbewustzijn’ naar de ontdekking van het ware ‘tijgerzelf’ kan zomaar in één klap kan plaatsvinden en vindt plaats op het spannendste, moeilijkste en meest onzekere moment. Het is overweldigend en transformerend. Het tijgertje kan na de ontdekking nooit meer terug naar zijn oude zelfbeeld.

Dat is waar een crisis toe kan leiden. Een innerlijke verschuiving, een nieuw perspectief op het leven, een ongekende kracht die aangeboord wordt, een ander zelfbeeld en een heel nieuw verhaal. Een catastrofe kan de innerlijke tijger – de grootsheid – in onszelf wakker maken.

(Dit verhaal komt uit mijn  boek: Leren dansen met de draak. Mythen en verhalen over omgaan met een crisis)

 

© Mieke Bouma

De geest en de fles

 

Een tijdje geleden – na een bezoek aan Sevilla – ging ik op flamenco-les. Ik had daar in Spanje op een klein hout podium stomende en briesende flamencodanseressen gezien en dat wilde ik ook.

Met de in Sevilla gekochte flamencoschoenen en een uit mijn klerenkast geviste lange bloemenrok toog ik naar mijn eerste les. Nou, dat viel tegen. De elektrificerende, woeste dans liet op zich wachten. Ik zat te veel in mijn hoofd. Een pasje zus, het hoofd zo, de armen weer zus…

Ik volgde braaf de lessen, maar warempel, tegen het einde gebeurde er iets. Ik was uit mijn hoofd, ín de dans… Een fractie van een seconde ervoer ik hoe het lichaam de spirit – de wilde natuur – kon laten dansen, het denkende brein voor even werd uitgeschakeld en er iets van euforie ontstond.

En wég was het weer.

Dansen herinnert aan vervoering en trance, we willen dansen om te ontsnappen aan de beperkingen van het lichaam, om de stof ontstijgen; we willen de geest uit de fles. Maar om de danskunst echt meester wilt worden, ver voordat je de extase kunt ervaren, komt het aan op oefenen, lichaamsbeheersing, zwoegen en zweten.

Wil het lichaam het kunnen fungeren als kanaal voor pure energie, dan moet het getraind, net als bij vechtsporten en yoga.

Als kind hield ik van het sprookje ‘Het meisje met de rode schoentjes’. Dit meisje wilde ook zo graag dansen, maar omdat dansen verboden was, gingen de schoentjes een eigen leven leiden en sleurden haar in een ongecontroleerde woeste trance-dans richting een huiveringwekkend einde. Haar voetjes werden afgehakt.

Soms blijft de geest in de fles, dan is er geen dans, soms is de geest uít de fles dan is er trance, maar het gaat natuurlijk om een perfect spel tussen geest én fles. Dat is dans.

Oefenen dus maar.

© Mieke Bouma

(dit verhaal verscheen als column in 2019 in YI-magazine)

De kleine Campbell verschenen

In ‘De kleine Campbell’ biedt Mieke Bouma een heldere samenvatting van ‘De held met de duizend gezichten’, het beroemde boek van Joseph Campbell uit 1949. Campbell bestudeerde religieuze, spirituele, mythologische en literaire klassiekers en verrijkte de wereld met zijn inzichten over ‘de reis van de held’ en wat wij daar als moderne mens van kunnen leren. Zijn theorie werd een inspiratiebron voor vele schrijvers, filmers, kunstenaars, filosofen en psychologen van over de hele wereld en de levenslessen en inzichten die hij deelt, zijn nog steeds actueel. In ‘De kleine Campbell’ belicht Campbell-kenner Mieke Bouma de diverse stadia van de heldenreis met voorbeelden, verwijst ze naar ander werk van Joseph Campbell en bespreekt ze welke betekenis Campbell in deze tijd heeft. In een tijd waarin veel verandert, en we op de proef gesteld worden trouw te blijven aan onszelf en tegelijk van waarde te zijn voor de wereld, is de heldenreis actueler dan ooit.

Lees meer

Leren dansen met de draak – boek verschenen!

Verschenen

Mijn nieuwe boek is van de drukker gekomen! Ik ben er blij mee en ik hoop dat de mensen die het lezen het mooi vinden, er inzichten aan ontlenen dan wel zich getroost of gesterkt voelen. Ik schreef het boek tijdens de lockdown begin dit jaar, een periode die bij velen van ons een crisis-achtig gevoel opriep.

In het echte leven komt een crisis nooit gelegen. Maar in verhalen smullen we ervan, omdat precies in de crisis de transformatie plaatsvindt of kan plaatsvinden. Een crisis in verhalen boort iets nieuws aan in de hoofdpersonages. Ze leren uit een ander vaatje tappen. Zet ontdekken iets nieuws, integreren iets, nemen afscheid van oude belemmerende zaken.

In een crisis moet je – zoals Alberto Villolodo dat zo mooi zegt: ‘Eerst de brand blussen en vervolgens kijken wat er geboren wil worden.’

Lees vast de inleiding in dit boek en bestel het boek bij je plaatselijke boekhandel!

Lees meer

Nu ben ik geen dochter meer

In de voetsporen van mijn moeder

Op 10 augustus j.l is mijn bijzondere moedertje op 90-jarige leeftijd overleden. Ze heeft zich als een vlinder aan haar cocon ontworstelt. Haar immer levendige geest heeft zich van haar vermoeide, gepijnigde lichaam bevrijd.

We hebben afgelopen zaterdag afscheid van haar genomen, en haar leven gevierd. We hebben uiting gegeven aan de liefde die we voor haar voelen en zijn dankbaar voor alles wat ze ons geschonken heeft.

Ze was grootmoeder en oeromi van onze familieclan en een van de laatsten van haar generatie die nog in leven was.

Ze beschikte over wijsheid, een groot gevoel voor humor, was altijd belangstellend en niet-oordelend. Haar stem klonk tot op het laatst helder en vrolijk. Ze gaf al haar kinderen en kleinkinderen het gevoel dat zij met haar een heel bijzondere band hadden.

Ze kon overigens ook woedend zijn om onrecht en geweld, gaf om het welzijn van haar naasten en om die van de planeet, maar ze kon ook koppig zijn, ongeduldig en driftig.

Ze heeft in de loop van haar leven een heleboel innerlijke wijsheid en kennis opgedaan en had een grote spirituele belangstelling. Ze benaderde iedereen belangstellend en stelde zichzelf nooit centraal. Ze probeerde zich altijd in te leven in het standpunt van anderen. Ze heeft haar persoonlijke levenservaringen en -verhalen benut als kansen om te groeien. Ze was idealistisch, positief, optimistisch en altijd in voor iets nieuws. Cynisme was haar vreemd. Ze deed tot voor kort aan yoga en Tai Chi. Ze verslond kilometers boeken en was altijd in voor een nieuw perspectief.

In mijn jonge jaren, als puber, hippie en adolescent heb ik met haar gestreden en veel van de heilige huisjes waar zij mee was opgevoed, ingetrapt. Dat vond ze moeilijk, maar later zei ze dat ze ook daar veel van geleerd heeft. Ik heb met haar heel vaak heel hard gelachen. Zo hard, dat we in onze broek plasten. Dat was verbindend, bevrijdend en genezend. Vooral als we moesten gieren van de lach om onze eigen dwaasheden en pijn.

Nu zij, als stamoudste en verbindende, vrolijke weefster het levens-web – dat ze zelf heeft gesponnen – heeft verlaten, voel ik dat er een taak op mij rust.

Ik ben al ruim drie jaar oma van twee prachtige kleinkinderen. En niet eerder voelde ik het zo, maar de rol van stamoudste vraagt nu om aandacht. Ik ben niet langer de dochter van, maar de moeder en grootmoeder van een clan.

Gelukkig heb ik voor het vervullen van die rol een goed voorbeeld. Mijn moeder heeft me de liefde voor verhalen en mythen bijgebracht, en me gewezen op de kracht van symbolen. Ze liet me zien dat, ook al weet je dat je ouder wordt en kwetsbaarder voor ouderdomskwalen er altijd manieren zijn om jezelf te vernieuwen en een innerlijke bron aan te boren. Ook al weet je dat de dood nadert, je altijd zaden kunt planten, iets teruggeven en bijdragen, oprechte belangstelling tonen en liefde verspreiden.

De tijd is beperkt en kostbaar, ik treed nu in de voetsporen van mijn moeder. Ik zal proberen de bron van innerlijke wijsheid aan te boren en van waarde te zijn voor mijn clan.

 

(c) Mieke Bouma 16 augustus 2021

 

 

 

Verbinding verbroken? Vertel een persoonlijk verhaal

In Lichtjaren heeft niemand haast (2021) van Marjolein van Heemstra (aanrader) las ik iets wat me trof. Marjolein schrijft: ‘Ik ben bang dat we zo goed worden in het benoemen van wat ons van elkaar onderscheidt dat er straks geen taal meer is om te spreken over wat ons verbindt.’

USP’s
Inderdaad zeg, wat hebben we de afgelopen decennia onder invloed van marketing- en management-theorieën – niet gefocust op onze ‘onderscheidende waarde’. Wat is jouw USP? Waarin ben jij uniek? Wat kan jij als enige? Wat voeg je toe vanuit je unieke zelf? Beslist handig bij branding en marketing, maar niet per se bevorderend voor een gevoel van saamhorigheid. En al helemaal niet in tijden van instabiliteit en onzekerheid.

Lees meer