O ja joh?

Kun je onzekerheid verdragen?

Ken je die Rotterdammers die zo lekker ironisch met “O ja joh?” reageren als je ze iets vertelt? Er zit iets van ongeloof in, van nieuwsgierigheid, maar het laat de zaak ook lekker open. Het kan waar zijn, maar misschien is het ook wel allemaal onzin.

Nu het coronadebat meer en meer polariseert, heb ik steeds vaker de neiging om O ja joh? te zeggen. Als antwoord op al die mensen die allerlei slordig bij elkaar verzamelde berichten posten over hoe het ‘echt’ zit en daarmee beweren de waarheid in pacht te hebben. En als reactie op iedereen die het woord staatsterreur in de mond durft te nemen als ze de Nederlandse regering bedoelen, terwijl in Wit Rusland de mensen gemarteld worden.

Wie heeft er gelijk?


Het is duidelijk dat we in tijden van verwarring en chaos graag zekerheden hebben. Maar ja, zekerheden bestaan niet. Daarom komt het juist in deze tijd aan op moed en wijsheid toe te geven dat je het ook niet precies weet, en dat dat ongemakkelijk voelt.

Ik refereer even aan het Archetype De Wijze. Deze heeft als kwaliteit dat hij altijd op zoek is naar de waarheid, naar nieuwe inzichten. Zijn schaduwkant is echter dat hij gaat beweren de waarheid in pacht te hebben. Dan wordt het een betweter die zijn gelijk wil halen.

Ooit las ik een grappige vergelijking over het verschil tussen wetenschap en religie. De wetenschapper ontwikkelt een hypothese en toetst die aan de werkelijkheid. Als de feiten niet blijken te kloppen, verwerpt hij de hypothese en bedenkt een andere. Bij een gelovige is het precies andersom. Die heeft een hypothese en als de feiten niet kloppen met de hypothese worden ze verworpen, maar aan de hypothese houdt men vast. Een discussie met iemand die ergens heilig in gelooft, heeft dus geen enkele zin.

Limbisch brein


Ergens in willen geloven en daaraan vasthouden vindt zijn oorsprong in het zoogdierenbrein. Deze ‘limbische’ hersenen hechten meer waarde aan indirect bewijs en wat men voor waar houdt, dan aan de waarheid zelf. Ik heb ooit eens gelezen dat mensen die gevoelig zijn voor religies, goeroes, sektes en complottheorieën een trauma hebben opgelopen in de hechtingsfase. Maar dit laatste weet ik niet zeker, want ik ben geen expert.

Dat limbisch brein is trouwens ook het domein van verhalen en overtuigingen. Verhalen zijn aantrekkelijk omdat het limbisch brein zo graag iets wil geloven en geen onderscheid maakt tussen een echte en een ingebeelde gebeurtenis. Vandaar het louterende en helende effect van verhalen, ook wel de catharsiswerking genoemd, de ‘loutering van de ziel’ puur door inbeelding. Die inbeelding is enorm krachtig en kan werelden tevoorschijn toveren, maar heeft dus ook een schaduwkant. Het is ook Maya, het domein van de illusie, de valse goden, de praatjesmakers en de misleidingen.

In mijn werk als storyteller wijs ik altijd op de gevaren van aantrekkelijk vertelde verhalen omdat deze – met dezelfde principes als waarmee je een integer verhaal maakt – ook makkelijk misleidend en polariserend kunnen zijn. Vooral in verwarrende tijden als deze zouden we daarom niet alles maar voor zoete koek moeten aannemen. Chaos en verwarring vormen een uitstekend voedingsbodem voor valse profeten en demagogen. Dat heeft de geschiedenis al vaak bewezen.

Ommekeer
En natuurlijk. Het ‘niet weten’ is als varen door dichte mist en zeer ongemakkelijk. De Reis van de Held, de oerversie van alle verhalen, waar ik bij de Storytelling Academy veel aandacht aan besteed, leert ons dat ‘het niet weten’ vaak het punt van ommekeer is omdat alles wat bekend is moet worden losgelaten. De crisis luidt de scheiding in tussen het oude en het nieuwe bewustzijn. Het is het moment dat Jona in de buik van de walvis zit, dat Hans dreigt te worden opgegeten door de heks, dat Daniel in de leeuwenkuil wordt geworpen, dat Odysseus door de cycloop gevangen wordt gehouden. Het is De Toren in de Tarot, het donkere bos waar – om met Dante te spreken – de rechte weg geheel verloren lijkt. Liminal space. Wat nu?


Volgens Otto Scharmer (Theory U) komt het tijdens de crisis, daar onder in de ‘U’ aan op ‘aanwezig’zijn, ‘presencing’. Stilzitten en meebewegen met wat er ‘wil’ gebeuren. Deep listening. De vraag is of dat lukt. Of we in staat zijn onzekerheid te verdragen en erin te verblijven en af te wachten welke waarheid in onszelf oprijst.

Wie weet is Corona nog maar het begin van een veel grotere transitie. Misschien moeten we nog veel meer offeren, meebewegen en loslaten om beelden van een nieuwe wereld te laten ontstaan. Ik weet het niet.

Daarom roep ik op tot #ojajoh?

P.s. Bij de Storytelling Academy leren we hoe verhalen in elkaar zitten, hoe ze werken, wat goed vertelde verhalen zijn, hoe je verhalen kunt inzetten, hoe je manipulatieve verhalen kunt onderscheiden van waarachtige verhalen. Bezoek onze site….

© Augsutus 2020 – Mieke Bouma

 

 

Een vogel die aan je lever knaagt

Over het wel en wee van de menselijke verbeeldingskracht…

Ik lag wakker vannacht. Mijn rondtollende gedachten leken wel onrustige paarden in een donkere stal. En het was niet eens iets belangrijks. Maar wie kent het niet, dat geplaag van de onrustige geest die ofwel vooruitsnelt of oude zaken oprakelt en herkauwt. 
Overal behalve vredig in het nu.
Gelukkig sliep ik toch na een uurtje weer in en vanmorgen begreep ik niet zo goed wat me nu had dwars gezeten…
Ik moest denken aan de mythe van Prometheus.. Hier komt ie…
Prometheus (broer van Atlas) vond dat de mensen aanmerkelijk minder goed bedeeld waren dan de goden zelf als het ging om talenten, instincten en vaardigheden en dus stal hij het vuur van de goden en gaf het aan de mensen.
Prometheus werd voor zijn ‘hybris’ streng gestraft.  Zeus liet hem vastketenen aan een rots en iedere dag kwam er een adelaar aan zijn lever knagen. Die lever herstelde dan weer in de nacht, maar de volgende dag was het weer zover: de adelaar kwam en vrat aan zijn lever. 
Prometheus betekent ‘vooruitzien’ en Prometheus is bekend geworden als een leraar en uitvinder die de mensen leert zich iets voor te stellen in de toekomst. Lang leve de verbeeldingskracht! Lang leve Prometheus!
De mogelijkheid om je iets voor te stellen in de toekomst is een sprong in de evolutie geweest, net zoals het ontdekken van het vuur, waarmee de mens leerde metaal te bewerken.
Met het vuur, maar ook met verbeeldingskracht is de mens in staat te innoveren, te veranderen, technische ontwikkelingen door te voeren en dus de toekomst vorm te geven.
Prometheus dus.
Maar ‘vooruitzien’ hangt onmiddellijk samen met de toch wat minder plezierige neveneffecten. Namelijk: de zorgen die er mee gepaard gaan.
De mogelijkheid vooruit te blikken betekent dat je je maar al te goed kunt voorstellen wat de mogelijke gevolgen in de toekomst zijn van je vooruitziende blik en dat kan gaan knagen.
Een vogel die aan je levert knaagt is een prachtige metafoor voor die zorgen die je kunnen teisteren. En die alleen door een goede nachtrust  weer kunnen verdwijnen. De lever is de zetel van de angst. Zorgen en angst worden gedurende de nacht minder, maar als je wakker wordt de volgende morgen en je weer naar de toekomst kijkt, begint het gelazer weer. De vogel keert terug.
De broer van Prometheus heette trouwens Epimetheus en dat betekent: terugblikken, reflecteren. 

Ook zeer belangrijk in een mensenleven, en ook iets waar je behoorlijk van wakker kan liggen!
Hier een leuk stripje over Prometheus: