De blik van Medusa als antwoord op de ‘Male Gaze’

Over de diepe imprint van afschuw en angst

In het Rijksmuseum is er momenteel een tentoonstelling te zien van kunstwerken, geïnspireerd op de Metamorfosen van Ovidius en op een zeker moment kom je bij een video-installatie waar op 3 panelen een vrouwengezicht je aanstaart terwijl op haar hoofd een berg slangen kronkelt. Bedoeld om te griezelen, lijkt mij deze installatie.

Medusa keert terug en wellicht (dat is mijn idee) omdat ze een antwoord heeft op de zogenaamde Male Gaze. Omdat ze geen zin meer heeft een willoos object te zijn dat naar believen kan worden verkracht.
Ik zie haar de laatste tijd overal opduiken; op protestborden, in kunstuitingen, in hervertellingen. Haar gezicht, omkranst door slangen, is een icoon geworden. Wat betekent haar verschijning? Hebben we haar nodig om iets te begrijpen wat we lang niet wilden aankijken?

Dat wat je niet kunt verdragen

Medusa was een Gorgon en Gorgonen belichamen in de mythologie een diepe oerangst. Ze leefden op de drempel tussen werelden: leven en dood, goddelijk en menselijk. Hun afschrikwekkende hoofd – het Gorgoneion – werd afgebeeld op schilden en tempels als een spiegel waarin het kwaad zichzelf ziet en terugdeinst. Paradoxaal genoeg was hun monsterlijkheid tegelijk afschrikwekkend én beschermend.

Van de drie Gorgonen-zusters was Medusa de enige sterfelijke en de meest bekende. Vóór haar transformatie was ze priesteres in de tempel van Athene, mooi en toegewijd aan het heilige.

Totdat de god Poseidon haar zag, voor haar viel en zich aan haar vergreep. Midden in de tempel. De plek die juist bescherming had moeten bieden. Na de verkrachting verdween Poseidon als een dief in de nacht. Medusa bleef achter met wat vrouwen al eeuwen dragen: schuld en schaamte.

De slangen als antwoord op de Male Gaze

De godin Athene hoorde wat er was gebeurd en veranderde Medusa’s mooie haar in een kronkelende massa sissende slangen.
Waarom deed ze dat? Was het een straf of juist bescherming?

Een interpretatie die mij steeds meer aanspreekt is deze…
Medusa’s schoonheid was precies datgene geweest wat haar kwetsbaar maakte. Ze werd bekeken door Poseidon, op de typische, vernietigende, bezitterige manier waarop mannen naar vrouwen kunnen kijken: als object, als prooi, als iets om te veroveren…
De Male Gaze, de mannelijke blik die vrouwen reduceert tot object, had haar ten val gebracht.

Maar de slangen keren die blik radicaal om. Wie Medusa – na het ingrijpen van Athene – aankeek, versteende. Met één blik kon zij nu zelf vernietigen.
Het werd de Female Gaze… het antidotum op Medusa’s eigen vernedering: de vrouw die je niet meer kunt aankijken zonder gevolgen. Niet langer object, maar subject geworden.

Deed Athene dit uit vrouwelijke solidariteit of als straf van een vaderskind dat orde boven waarheid stelt? Die ambiguïteit blijft. Maar de uitwerking is helder: Medusa is na dit ingrijpen onbenaderbaar geworden. Oncontroleerbaar. Eng. Gevaarlijk voor wie haar durft aan te kijken.

De terugkeer van het vrouwelijke

Dat Medusa nu terugkeert, is geen toeval. In een tijd van Epstein-files, de zaak Pelicot, en een gestage stroom verhalen over seksueel misbruik en weggedrukte vrouwelijke woede, verschijnt zij als archetype van wat te lang is ontkend. Als tegenbeweging en antwoord op de stereotypering van vrouwen.

Vrouwelijke woede wordt vaak weggezet als hysterie. Slachtoffers worden gedemoniseerd, daders lopen vrij. Vrouwen dienen zacht en volgzaam te zijn, aan uiterlijke normen te voldoen (vergelijk dit met wat de Volkskrant publiceerde over de Mar El Lago -vrouwen) … de Male Gaze in geïnstitutionaliseerde vorm.

Medusa vraagt niet om medelijden, maar om erkenning. Dat we het gaan zien.
Ze herinnert ons eraan dat heling niet begint met verzoening, maar met het recht aankijken van de gruwelijkheid.

Perseus

En dan is er nog Perseus, de held die haar hoofd moest zien te veroveren. Slim genoeg kijkt hij haar niet aan, maar gebruikt een spiegel. Zelfs na haar dood, is hij in staat te winnen, weliswaar via een omweg, via een reflectie. Kennelijk kan hij haar nog steeds niet recht in de ogen kijken.

Medusa’s kracht laat zich niet vernietigen. Uit haar bloed wordt Pegasus geboren, de geïnspireerde geest, de creatieve kracht.
Wat zoveel kan betekenen als: dat wat we proberen te doden, transformeert naar een nieuwe vorm.

Medusa’s hoofd is een waarschuwing plus een herinnering.
Ze bewaakt de grens door de gruwelijkheid terug te spiegelen. Als je haar tegenkomt, in musea, op protestborden, in films, onthoud dan: Medusa is geen monster, maar een vrouw die weigert nog langer te verstenen van angst.

(c) Mieke Bouma

Zijn of niet zijn…

Hoe kunst kan helen…

Hamlet stelt deze beroemde vraag ‘Zijn of niet zijn…?’
Ik stel hem mezelf ook wel eens.

Niet in de dramatische zin van het woord. Geen dolk of slaapmiddelen, maar gewoon: doorgaan of even niet?
Verdragen… of wegvluchten?

Wat Hamlet doet is tobben. Hij kan zijn hoofd niet uitschakelen en de maalstroom van gedachten maakt hem gek. Moet ie nu wel zijn vader wreken of niet? Bestaat er leven na de dood? Het hele stuk piekert hij over existentiële vragen, morele dilemma’s en heeft hij diepe persoonlijke conflicten.

Ik heb ook wel eens last van zo’n innerlijke terrorist die me voortdurend bestookt met een spervuur aan gedachten. En gedachten kunnen behoorlijk gekmakend zijn. Vooral twijfel maakt besluiteloos, angstig en zorgt dat we de boel niet voldoende vertrouwen. Het houdt ons gevangen.

Onlangs zag ik de film Hamnet (2025, film directed by Chloé Zhao) – over het verlies van Shakespeare’s zoontje en het is zo mooi hoe de makers het biografische gegeven (het echte verdriet om de dood van het jongetje) benutten om Shakespeares drijfveren en zielenroerselen (en die van zijn vrouw) duidelijk te maken. Hoe hij rouw, wanhoop en twijfel weet om te smeden naar een betekenisvolle tekst en zo iets moois en nieuws naar voren bracht.
Een besef, een bewustzijn.

Dat is de alchemie van kunst. Een proces waarin van lood goud wordt gesmeed.

Waarmee weer eens duidelijk wordt dat we ons leven niet kunnen vernieuwen met ratio, denkmodellen en analyses.
Alleen met radicale transformatie (=omvorming). Van lood naar goud. (In populaire termen heet dat: hoe je van je shit een hit maakt.)

Maar ja, schakel dat denken maar eens uit. Een gemiddeld brein produceert zo’n 60.000 gedachten per dag, waarvan 95% over het verleden gaat en meestal negatief is, de grammofoonplaat die blijft hangen. We herkauwen, we malen, we bouwen gevangenissen van ‘wat als’ en ‘als ik maar’.

Twijfel is trouwens een oud familielid. Volgens de I Tjing wordt op het moment dat vadertje Hemel en Moedertje Aarde elkaar ontmoeten, Intuïtie geboren, die heldere flits van innerlijk weten. Maar direct daarna komt z’n jongere broertje ter wereld: Twijfel. Altijd sceptisch, berekenend, altijd met een tegenargument paraat.

Het gaat er niet om dat we de Twijfel verslaan, dat lukt toch niet. Maar we kunnen strategieën verzinnen om Twijfel de mond snoeren.

Dat lukt het beste met creativiteit, meditatie, muziek, spel en aanwezigheid.
Als ik volledig opga in iets – schrijven, ademen, tekenen, bewegen – stopt de twijfel. Dan verdwijnt mijn tobberige ikje even naar de achtergrond, daal ik af naar een dieper stukje in mezelf.
En dat is precies het moment waarop de terrorist zijn grip verliest en er iets nieuws geboren kan worden.

Nu de wereld weer eens superonveilig lijkt, er spanningen zijn op het wereldtoneel, maar ook als er andere zorgen zijn of onzekerheden… probeer ik elke dag uit mijn hoofd te geraken, door iets leuks te doen, iets onverwachts, iets om de routines e doorbreken. Dat stimuleert de dopamine, sust de terrorist en geeft mijn brein een pauze.

Zijn of niet zijn?
Zijn!
Maar dan wel op jouw eigen wijze: aanwezig, speels, en zonder het spervuur van je innerlijke terrorist.

‘Wat je ook kunt doen of droomt te kunnen, begin ermee. Stoutmoedigheid bergt genialiteit, kracht en magie in zich.’

— Goethe

(C) Mieke Bouma

Veranderen… wat is het?

Alles verandert
Zegt men.
Is veranderen van gedaante wisselen?
Van vorm veranderen?
of juist alles afpellen tot er iets aan essentie overblijft?
Is het een nieuw hoofdstuk beginnen
en eindelijk stoppen met het herhalen van patronen?

Of is veranderen je koers verleggen,
en toegeven dat je al die tijd tegen de stroom in roeide?
Is het loslaten wat niet meer past,
of juist de pijn aankijken en integreren?

Is veranderen een metamorfose
een sprong, een breuk, een onomkeerbaar moment?
Of is het transitie:
schuiven, wachten, vallen en weer opstaan
zonder precies te weten wie je aan het worden bent?

Groei, zeggen we dan. Ontwikkeling.
Maar groeit een mens weg van zichzelf
of juist dieper erin?
Verandert de kern,
of leert zij eindelijk spreken?

Misschien is veranderen niets anders
dan luisteren naar wat al fluistert,
en daar niet langer van wegkijken.

(c) MB

Tussen de oevers – Over Charon en Cheiron, twee mythische gidsen

Ik bezocht laatst het Prado in Madrid, de waanzinnige kunsttempel waar de geschiedenis in lagen verf op elkaar is gestapeld. Wat opvalt: oorlog, moord, dood. Veel dood. De schreeuw van Goya snijdt door het doek. Een man wordt geëxecuteerd, zijn armen gespreid als een onheilige Christus, zijn ogen opengesperd. De nacht schreeuwt terug.

Even verderop: Crossing the Styx van Patinir. Een rivier als grens tussen hemel en hel. Links het licht, rechts het vuur. De veerman zet de zielen over. Gaan ze richting verlossing of verdoemenis?

Charon

Wat me treft, is die eeuwige tweedeling. Altijd goed of kwaad. Hemel of hel. Liefde of moordzucht. Dat oeroude conflict, in eindeloze variaties, waarin we als mensheid lijken vast te zitten.

Is het geen tijd voor een ander verhaal?
Eentje waarin de tegendelen elkaar niet bevechten, maar ontmoeten. Een verhaal waarin de duisternis niet overwonnen hoeft te worden, maar erkend. Ook de pijnlijke, vergeten, rauwe stukken.

Ik loop verder door het museum, maar iets in mij blijft achter bij die rivier. Bij Charon, de veerman die in dat bootje zielen overzet. Hij kiest geen partij. Hij verblijft in het midden.

Hij kiest niet tussen hemel of hel, goed of fout, schuldig of onschuldig. Hij kiest überhaupt niet.
Hij draagt. Hij faciliteert.

Misschien is dát wel de derde weg. Niet links of rechts, niet licht of duister, maar de bedding daartussen. Waar de rivier niet scheidt, maar draagt.

Die weg hangt niet aan de muur van een museum. Hij ligt in onszelf. In hoe we kijken en luisteren. In hoe we zoeken naar wat ons heel maakt. Misschien hoeven we niet te strijden voor het licht, maar moeten we leren varen op de stroom van het niet-weten.

Cheiron
In de mythologie bestaat er nog zo’n figuur die deze tussenruimte belichaamt: Cheiron, de centaur. Ja hun namen lijken op elkaar. Hij is half mens, half dier. Geen held die overwint, maar een wijze die begeleidt. Cheiron stond bekend om zijn kennis van geneeskunde en astrologie, een boogschutter op zoek naar zin en betekenis. Als zoon van Kronos was hij onsterfelijk.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/9/96/Achilleus_Lyra.jpg

Tot hij – bij vergissing – werd geraakt door een giftige pijl van Herakles.

Ironisch genoeg kon de genezer zichzelf niet genezen. De pijn was ondraaglijk. En juist daarin openbaarde zich zijn laatste les. Cheiron gaf zijn onsterfelijkheid op ten behoeve van Prometheus, die gestraft was omdat hij het goddelijke vuur naar de mensen had gebracht. Door dit offer werd Prometheus bevrijd.

In het opgeven van zijn onsterfelijkheid, vond Cheiron zijn diepste betekenis.

Misschien raakt dit aan iets wezenlijks in ons eigen leven. Onze grootste kwaliteiten  dragen vaak ook hun schaduw in zich. Als we goed zijn in zorgen voor anderen vergeten we makkelijk onszelf. Een scherp analytisch vermogen zorgt er makkelijk voor dat de bezieling verdwijnt.
Cheiron leert ons dat wijsheid niet altijd ontstaat door beheersing, strijd of overwinning, maar door het uithouden van kwetsbaarheid. Door te blijven in het midden, juist wanneer het schuurt.
Dat maakt zijn verhaal tot een zachte, hoopvolle boodschap voor wie het even niet weet. Voor wie zich tussen de oevers bevindt. Niet aan deze kant, niet aan de overkant — maar op de rivier zelf.

En misschien is dat precies waar het leven ons soms wil hebben.


Charon en Cheiron: twee gidsen, één overgang

In deze tekst verschijnen twee mythische figuren die soms met elkaar worden verward, maar elk een andere fase van transformatie vertegenwoordigen.

Charon is de veerman van de onderwereld. Hij begeleidt zielen over de rivier tussen leven en dood. Hij oordeelt niet en geneest niet — hij draagt. Charon belichaamt de liminale fase: het ertussenin, waar oude zekerheden zijn weggevallen en richting nog ontbreekt.

Cheiron, de centaur en gewonde genezer, verschijnt pas daarna. Hij staat voor de innerlijke verwerking van die overgang. Zijn wond kan niet worden geheeld, maar wordt bron van wijsheid en compassie. Waar Charon de crisis bewaakt, leert Cheiron hoe betekenis kan ontstaan door kwetsbaarheid.

Samen verbeelden zij geen tegenstelling, maar een beweging:
van overtocht naar inzicht,
van ontregeling naar integratie.

MB

De transformatiemythe van Amaterasu

Mensen houden niet zo van verandering. Willen liefst alles houden zoals het altijd al was.

Toch is verandering de enige constante in het universum en alle verhalen gaan erover.
Verhalen vertellen hoe iets of iemand verandert, transformeert, zich vernieuwt, uitgroeit tot iets groters, zichzelf vindt, tot bloei komt, een metamorfose ondergaat, tot nieuwe inzichten komt…

Of ze gaan juist over hoe iemand door dommigheid of slechte keuzes steeds verder van zichzelf afdwaalt, in de penarie komt en een catastrofe veroorzaakt. Het nieuws staat er bol van.

Het spant erom dus: welke keuzes maak je als het erop aankomt?

Ik vond een mooie, rijke transformatie-mythe, namelijk die over de Japanse zonnegodin Amaterasu.

Amaterasu is het licht, de grote orde, het ritme van dag en nacht. Zij zorgt voor licht, liefde en leven voort; zonder haar stokt alles.
Ze is een dragend, regulerend principe: niet vurig of verzengend, maar zichtbaar, betrouwbaar en het symbool voor continuïteit en cycli.

Maar zoals het in een goed verhaal betaamt, wordt op een dag de orde verstoord.

Amaterasu’s broer, Susanoo, de stormgod is grillig, destructief, ongeremd. En op een dag gaat hij helemaal los.

Hij vernielt de rijstvelden, ontheiligt haar weefhuis, doodt één van haar dienaressen. Geen kleine ruzie, Susanoo zorgt voor een grove schending van de kosmische orde.
Het vrouwelijke principe – waar Amaterasu symbool voor staat – dat van zorg, licht, regelmaat en continuïteit wordt bruut overrompeld.

En wat is het gevolg? Amaterasu verdwijnt. Ze trekt zich terug. Het licht verdwijnt. Ze vecht niet. Ze straft niet. Ze gaat ook niet ten onder. Het wordt alleen donker.

Amaterasu sluit zich op in een Hemelse grot en de aarde hult zich in het duister.
Oogsten mislukken. Demonen krijgen vrij spel, alleen maar omdat Amaterasu, de zonnegodin, zich heeft verstopt.

De aarde beleeft een barre tijd. Er is geen ritme, geen zicht, geen samenhang meer omdat het goddelijk, vrouwelijk principe zich heeft teruggetrokken. Want pas bij afwezigheid wordt haar betekenis zichtbaar.
Dus wat te doen?

De goden overleggen: hoe lok je het licht terug? Hoe krijg je Amaterasu terug op de plek waar ze hoort?
Niet met geweld. Niet met argumenten.
Ja, natuurlijk: met spel, kunst, verhalen en gemeenschapsgevoel!

Eén van de godinnen begint direct schaamteloos, wild, extatisch te dansen, andere goden sluiten aan, lachen en beginnen te spelen, muziek te maken, weer anderen vertellen verhalen en er ontstaat weer geluid, leven en plezier.

Amaterasu hoort de vreugdevolle geluiden en is nieuwsgierig. Ze schuift de rots die de opening van haar grot verbergt, een stukje opzij.
En dan gebeurt iets bijzonders: Ze ziet zichzelf in een heilige spiegel. Zij herkent zichzelf in de vreugde, de dans en het spel en beseft dat zij zelf het licht is.  Daarop schuift ze de rots helemaal weg en komt ze in al haar stralende aanwezigheid tevoorschijn.
Eindelijk is de zon is teruggekeerd. Niet een andere zon, maar dezelfde, nu zelfbewustere, zon.

Amaterasu straalt weer. Ze is niet veranderd van aard, niet machtiger, niet ‘harder’ of feller. Zij weet nu wat haar afwezigheid veroorzaakt, zij heeft haar waarde leren kennen. En zo wordt de orde hersteld. Het licht keert terug.

Een bijzondere mythe over transformatie… omdat Amaterasu niet van vorm verandert. Ze ondergaat geen dood of wedergeboorte. Haar transformatie is subtieler: Haar licht wordt door haar zelf en de anderen erkend als een bewust cruciaal licht.

De kern van deze mythe – en van deze transformatie – is dat verandering vaak een besef of een bewustwording is. En pas dan kan het licht blijven schijnen. Of sterker nog: feller schijnen.

Het is de bewustwording die het verschil maakt.

MB

La Llorona

Dit is een verhaal dat in Mexico vaak aan kinderen verteld wordt. Om hen te waarschuwen na zonsondergang niet meer naar langs de rivier te lopen, want dan zouden ze zomaar meegenomen kunnen worden door La Llorona.

Dit is het verhaal:

Lang geleden, in een klein dorpje, was er eens een mooi jong meisje met de naam Maria. En het moet gezegd… ze was inderdaad mooi maar had behoorlijk wat eigendunk. Ze vond de jongens uit haar dorp maar niets.
‘Als ik trouw,’ zei Maria, ‘is dat met de knapste man van de wereld.’

Op een dag, kwam er een man naar het dorp die voldeed aan het beeld van de ideale man. Het was een mooie jonge ranchero, de zoon van een rijke rancher uit het zuiden die heel goed kon paardrijden op wilde paarden. Daarbij was hij heel erg knap! En kon ook prachtig gitaar spelen en zingen. Dit was beslist de man voor haar!

Ook hij was onmiddellijk verkocht toen hij haar zag. Wat een mooi meisje was dit. Hij besloot haar het hof te maken, maar zij paste wat trucjes toe om zijn passie nog groter te maken.
Zo draaide ze bewust haar hoofd af, als ze elkaar tegenkwamen onderweg. En wanneer hij ’s avonds naar haar huis kwam om serenades te spelen met zijn gitaar, kwam ze niet eens naar het raam. Ook weigerde ze al zijn kostbare geschenken. En dat maakt haar nog aantrekkelijker voor hem.

En ja, het werkte, want al snel waren zij en de ranchero verloofd en kort daarna trouwden ze. In het begin ging alles goed. Ze kregen twee kinderen en ze leken een gelukkig gezin.
Maar na een paar jaar keerde de ranchero terug naar het wilde leven op de prairie. Hij verliet het dorp en bleef maandenlang weg. En wanneer hij terugkwam, was het vooral om zijn kinderen te bezoeken. Zijn interesse in Maria nam af. En hij sprak over trouwen met een vrouw uit zijn eigen rijke klasse.

Dat kon Maria natuurlijk niet verkroppen. Ze begon boos te worden op hem en snauwde haar kinderen af. De relatie verslechterde.
Op een avond, toen Maria met haar twee kinderen bij de rivier wandelde, betrapte ze haar man die in een koets met een mooie vrouw naast hem langsreed. Hij stopte de koets om met zijn kinderen te praten, maar negeerde Maria. Daarna reed hij verder zonder acht op haar te slaan.

Maria’s woede richtte zich op haar kinderen. Ze was zo wanhopig en boos dat ze haar twee kinderen greep en hen uit wanhoop en wraak in de rivier gooide! De kinderen verdwenen in de stroom.
Toen realiseerde ze zich wat ze had gedaan! Ze rende radeloos langs de oever van de rivier, reikend naar hen met haar armen, jammerend. Maar ze waren al lang met de stroom verdwenen.

De volgende ochtend meldde een voorbijganger dat er een vrouw dood langs de oever van de rivier lag. Men ging kijken en vond daar Maria. Ze begroeven haar waar ze gevonden was.
De eerste nacht dat Maria in het graf lag, hoorden de dorpelingen gehuil bij de rivier. Het was niet de wind, maar La Llorona die jammerde om haar verloren kinderen.
Mensen die op het gehuil afkwamen, zagen een vrouw langs de oever van de rivier lopen, gekleed in een lange witte jurk, precies zoals ze Maria hadden aangekleed voor de begrafenis.

En sindsdien was de witte schim  in de donkere nacht vaker te zien. En hoorde men hoe deze gestalte jammerend langs de oever van de rivier liep en met haar lange benige vingers over de bodem van de rivier schraapte. Op zoek naar haar kinderen.
Sinds die tijd noemt men haar La Llorona, de huilende vrouw.

Want ja, een leven vol verlies en verraad, een leven waar het vrouwelijke wordt misbruikt en afgedankt, creëert een tragisch en gevaarlijk wezen dat gevangen zit tussen leven en dood, redding en vernietiging.

La Llorona is een metafoor geworden voor de aantasting van de creatieve stroom. Het verhaal kent overeenkomsten met het verhaal van Medea, waar eveneens een vernietigende mannelijke invloed zorgt dat er een gevoel van frustratie en blinde woede loskomt, die eigenlijk alles wel kapot wil maken.

Illustratie: Eva Poppink 

Verhaal bewerkt en opgeschreven door Mieke Bouma

(De legende kent verschillende oorsprongsverhalen. Volgens één verhaal is haar verhaal ontstaan ​​in Mexico; een ander verhaal beweert dat het via mondelinge overlevering uit Spanje is overgeleverd. Sommige historici identificeren La Llorona als direct gelinkt aan de Azteekse aardgodin Coatlicue. Een andere traditie beweert dat ze Malintzin is, of “La Malinche”, de tot slaaf gemaakte inheemse vrouw die de primaire tolk en concubine was van de Spaanse conquistador Hernán Cortés. Deze versie werd verteld in Rudolfo Anaya’s roman The Legend of La Llorona (1984). Afgezien van deze speculaties, blijft La Llorona voortbestaan ​​als een mythe die angst blijft inboezemen bij kinderen van Latijns-Amerikaanse afkomst.)

 

Dwars door de duisternis


‘Wie ben ik en waar ben ik naar toe op weg’… vragen die iedereen zich wel eens stelt. Het is als dwalen door een donker bos, op zoek naar… Ja, naar wat eigenlijk? En is er iemand die je de weg wijst?

In het Oost-Europese sprookje Vasalisa de Wijze krijgt Vasalisa op het sterfbed van haar moeder een klein lappenpopje. Dit popje moet ze met regelmaat wat eten geven en dan kan ze altijd om raad of hulp vragen, belooft haar moeder.
Niet lang daarna hertrouwt Vasalisa’s vader en de stiefmoeder en stiefzussen treiteren Vasalisa en laten haar sloven.
Op een dag, als het vuur in huis is uitgegaan, sturen ze haar het bos in, om een gloeiend stuk kool halen bij de boosaardige heks Baba Jaga.

Onderweg in het pikdonkere bos, vraagt Vasalisa steeds aan het popje welke kant ze op moet en zo arriveert ze bij de hut van Baba Jaga, een angstaanjagend wezen in een hut op kippenpoten en met grendels op de deuren van mensenvingers.
Vasalisa vraagt een kooltje vuur aan Baba Jaga, maar moet van haar eerst een aantal taken vervullen: het erf en het huis vegen, beschimmeld mais van goede mais scheiden, maandzaadjes van de aarde scheiden. Ook stelt Baba Jaga haar moeilijke vragen.

Gelukkig helpt het lappenpopje haar steeds de juiste antwoorden te geven en alle taken moeiteloos te voltooien.
Pas dan krijgt ze van Baba Jaga een schedel op een stok met daarin gloeiende kooltjes om mee te nemen. Triomfantelijk loopt ze met de schedel door het bos naar huis. Haar pad wordt nu verlicht. Als de stiefmoeder en stiefzusjes haar zien aankomen, rennen ze op haar af en trekken de schedel met gloeiende kooltjes uit haar handen.
Maar het vuur in de schedel verbrandt hen en ‘s morgens is er van de stief-familie alleen nog maar een hoopje as over.

Dit verhaal gaat over de ‘zegen’ van de intuïtie, gesymboliseerd door het popje. Dit intuïtieve vermogen dat we met ons meedragen, wijst ons altijd de weg. Maar het kan uit zicht raken als het niet gevoed wordt. Dan is er werk aan de winkel. We moeten op pad, dwars door de duisternis, schoon schip maken, het één van het ander leren onderscheiden voordat we ‘verlicht’ terug kunnen keren en korte metten kunnen maken met dat wat ons de hele tijd dwarsboomt.

© Mieke Bouma

Deze column verscheen in Yoga International mei’24:

52_YI2_Column_Zin_Zen_en_Onzin

 

Je ware natuur

‘Vind je ware natuur!’ kopte de folder voor de yogaretraite die ik in handen kreeg. Interessante belofte, dacht ik, maar kan die belofte waargemaakt worden? Waar bevindt die ware natuur zich dan? Wat is eigenlijk je ware natuur? Kun je hem te pakken krijgen?

Best een ingewikkelde vraag, vergelijkbaar met vragen als: ‘Wie of wat kijkt er door mijn ogen? Of: wat is het geluid van één klappende hand? 

Zoeken naar je ware natuur is een paradox. Alsof hij ergens buiten jezelf bestaat en je er je best voor moet doen hem te pakken te krijgen. Zoiets als een mug op je slaapkamer, die in het donker rond je hoofd zoemt, maar verdwenen is als je het licht aandoet.

Er is een mooi filmpje van Michael Dudok de Wit The Monk and the Fish over een monnik die zo graag een vis wil vangen en echt van alles doet om de vis te pakken te krijgen. Met een hengel… met een visnetje… hij studeert…hij bidt… hij zet hulptroepen in… hij ligt ervan wakker… maar wat hij ook doet, de vis ontglipt hem keer op keer. Hij wordt er wanhopig van. Totdat hij het op een goed moment opgeeft! En jawel… dan gebeurt het. Hij laat het streven los, vindt de vis en wordt één met de vis. Hij vindt eindelijk verlichting.

Volgens de zenboeddhisten kan iedereen verlichting bereiken en één worden met de ware natuur. Maar pas als je je realiseert dat zoeken je er verder van afbrengt. Pas als je niets meer najaagt vind je het.

Zoals de monniken die bij de Boeddha kwamen en wilden weten wat de ware natuur nu eigenlijk was. Ze stelden hun vraag, waren benieuwd naar het antwoord, maar de Boeddha zweeg. En zweeg. En zweeg. De monniken keken elkaar niet begrijpend aan. De Boeddha bleef zwijgen. Tenslotte hield hij een bloem omhoog. De monniken begrepen het niet, maar er was één monnik, Mahakasyapa bij wie een glimlach op het gezicht verscheen. En de Boeddha zag dat hij het begrepen had.

Dus… je ware natuur vinden tijdens een retraite? Denk maar niet dat je iets vindt. Je vindt… niets.

De innerlijke tijger wakker maken

‘Wat wordt hier geboren en wat gaat hier dood?’ Dat is de vraag die je volgens psycholoog en sjamaan Alberto Villoldo moet stellen als er sprake is van een crisis. Een crisis kondigt een overgangsfase aan naar een nieuwe status quo. Het oude is voorbij, maar het nieuwe is nog niet in zicht. En in dat ‘tussenland’ is alles onzeker en mistig. Lastig voor veel mensen. Toch kan op het donkerste punt ineens het licht aan gaan. Daarover dit verhaaltje:

Een pasgeboren tijgertje, wiens moeder tragisch om het leven komt, wordt opgevangen en gevoed door een kudde geiten. Het tijgertje krijgt geitenmelk, leert blaten als een geit en groeit op in de kudde. Met de geitenjonkies speelt hij op de berghelling en weet niet beter dan dat hij een geit is.

Op een dag wordt de kudde beslopen door een wilde tijger, die zijn zinnen heeft gezet op een lekker geitenbokje. De tijger is verbaasd als hij tussen de geiten een tijgertje ziet. Hij sluipt dichterbij, grijpt het tijgerjong in zijn nekvel en rent ermee weg.

Het tijgerjong is bang. Hij weet dat tijgers geiten eten en vermoedt dat zijn laatste uur geslagen is.

De tijger sleurt het angstige tijgerjong mee naar een bergmeertje en houdt het dier boven het spiegelende water. Het tijgerjong is verbaasd als hij de weerspiegeling ziet. Hij ziet een tijger en geen geit!

Op dat moment verschuift er iets vanbinnen. Hij ontdekt zijn ware tijger-zelf en laat een indrukwekkende tijgergrom horen die tot in de verre omtrek klinkt.

De grote tijger laat het tijgertje naast zich op de grond zakken. Samen trekken ze verder en doen wat tijgers te doen hebben.

De innerlijke verschuiving van beperkt ‘geitenbewustzijn’ naar de ontdekking van het ware ‘tijgerzelf’ kan zomaar in één klap kan plaatsvinden en vindt plaats op het spannendste, moeilijkste en meest onzekere moment. Het is overweldigend en transformerend. Het tijgertje kan na de ontdekking nooit meer terug naar zijn oude zelfbeeld.

Dat is waar een crisis toe kan leiden. Een innerlijke verschuiving, een nieuw perspectief op het leven, een ongekende kracht die aangeboord wordt, een ander zelfbeeld en een heel nieuw verhaal. Een catastrofe kan de innerlijke tijger – de grootsheid – in onszelf wakker maken.

(Dit verhaal komt uit mijn  boek: Leren dansen met de draak. Mythen en verhalen over omgaan met een crisis)

 

© Mieke Bouma

De geest en de fles

 

Een tijdje geleden – na een bezoek aan Sevilla – ging ik op flamenco-les. Ik had daar in Spanje op een klein hout podium stomende en briesende flamencodanseressen gezien en dat wilde ik ook.

Met de in Sevilla gekochte flamencoschoenen en een uit mijn klerenkast geviste lange bloemenrok toog ik naar mijn eerste les. Nou, dat viel tegen. De elektrificerende, woeste dans liet op zich wachten. Ik zat te veel in mijn hoofd. Een pasje zus, het hoofd zo, de armen weer zus…

Ik volgde braaf de lessen, maar warempel, tegen het einde gebeurde er iets. Ik was uit mijn hoofd, ín de dans… Een fractie van een seconde ervoer ik hoe het lichaam de spirit – de wilde natuur – kon laten dansen, het denkende brein voor even werd uitgeschakeld en er iets van euforie ontstond.

En wég was het weer.

Dansen herinnert aan vervoering en trance, we willen dansen om te ontsnappen aan de beperkingen van het lichaam, om de stof ontstijgen; we willen de geest uit de fles. Maar om de danskunst echt meester wilt worden, ver voordat je de extase kunt ervaren, komt het aan op oefenen, lichaamsbeheersing, zwoegen en zweten.

Wil het lichaam het kunnen fungeren als kanaal voor pure energie, dan moet het getraind, net als bij vechtsporten en yoga.

Als kind hield ik van het sprookje ‘Het meisje met de rode schoentjes’. Dit meisje wilde ook zo graag dansen, maar omdat dansen verboden was, gingen de schoentjes een eigen leven leiden en sleurden haar in een ongecontroleerde woeste trance-dans richting een huiveringwekkend einde. Haar voetjes werden afgehakt.

Soms blijft de geest in de fles, dan is er geen dans, soms is de geest uít de fles dan is er trance, maar het gaat natuurlijk om een perfect spel tussen geest én fles. Dat is dans.

Oefenen dus maar.

© Mieke Bouma

(dit verhaal verscheen als column in 2019 in YI-magazine)

Verbinding verbroken? Vertel een persoonlijk verhaal

In Lichtjaren heeft niemand haast (2021) van Marjolein van Heemstra (aanrader) las ik iets wat me trof. Marjolein schrijft: ‘Ik ben bang dat we zo goed worden in het benoemen van wat ons van elkaar onderscheidt dat er straks geen taal meer is om te spreken over wat ons verbindt.’

USP’s
Inderdaad zeg, wat hebben we de afgelopen decennia onder invloed van marketing- en management-theorieën – niet gefocust op onze ‘onderscheidende waarde’. Wat is jouw USP? Waarin ben jij uniek? Wat kan jij als enige? Wat voeg je toe vanuit je unieke zelf? Beslist handig bij branding en marketing, maar niet per se bevorderend voor een gevoel van saamhorigheid. En al helemaal niet in tijden van instabiliteit en onzekerheid.

Lees meer

De heilige lente

Er moet iets sterven voordat er iets nieuws geboren kan worden.

In mijn voortuin zijn de knoppen van de magnolia opengebarsten, de bloesems tonen zich schaamteloos en sensueel, zwaar en zoet geurend. Dwars door de keiharde wintergrond werken plantjes zich weer omhoog en frisgroene blaadjes barsten uit schijnbaar dorre takken. Het vindt weer plaats, het jaarlijkse wonder van vernieuwing en de wedergeboorte.

Ik weet dat dat ieder jaar gebeurt en toch is het mysterieus en bijzonder. Omdat het iets in beweging zet, ook in mijzelf. Omdat het hoopvol is. Omdat het me herinnert aan de eeuwige cyclus van geboorte, dood en vernieuwing.

Lente-offer
In Le Sacre du Printemps (1913) van de Russische componist Igor Stravinsky wordt in verschillende dansuitvoeringen (waarvan die van Pina Bausch mijn favoriete is) een heidens ritueel gedanst waarbij wijze ouderen in een cirkel rondom een jong meisje zitten. Het meisje danst zichzelf dood als offer voor de god van de lente. De muziek zweept op en wakkert een oerkracht aan. De heidense rite was ooit gebaseerd op een collectief besef dat geboorte en dood nauw verbonden zijn. Dat besef zijn wij wellicht een beetje kwijtgeraakt.

Eros en Thanatos
De lente is een creatieve oerkracht en wrikt iets open, herrijst uit de dood. Het is de god Eros die zich toont als tegenhanger van Thanatos, god van de dood en destructie. Waar Eros schept en verbindt en aan de basis staat van elk goed idee, verlangen, nieuw project, nieuw leven of nieuwe liefde, staat Thanatos voor het einde ervan, de dood, de eenzaamheid.

Eros verbindt, Thanatos scheidt. Eros brengt ons in het rijk van de verbeelding en de sensualiteit, Thanatos hakt dit allemaal af en grijnst bij al die hopeloosheid. Hoe verder verwijderd van Eros, hoe dichter we bij Thanatos zijn.

Alleen verbinding leidt tot vernieuwing
Covid-19 gaf Thanatos vrij spel. Afscheiding, ziekte, eenzaamheid, dood en als gevolg daarvan heel veel woede, verzet, onzekerheid en wantrouwen. Gelukkig is Eros is in staat dat open te wrikken en mobiliseert hij creatieve energie, verbeeldingskracht. Eros herinnert ons eraan dat alleen verbinding kan leiden tot vernieuwing.

Het is misschien nog te vroeg om precies aan te geven wat en hoe die vernieuwing eruit gaat zien, maar het lijkt me dat we aan het begin staan van een heel nieuw hoofdstuk.

Lets dance!

Wachten op Calliope

Inspiratieloos?

Ik ben met een boek bezig en loop vaak vast. Dan weet ik het even niet meer, vind ik alles wat ik geschreven heb stom en aanmatigend.

‘Ik wacht op Calliope’, roep ik dan. Calliope is een van de negen muzen en dochter van de oppergod Zeus. Haar naam betekent ‘met de mooie stem’ en ze is de muze van het heldendicht, de filosofie en de retoriek. Haar attributen zijn: een schrijfstift, een schrijftafel, een perkamentenrol en een bazuin.

Toch weet ik dat ik niet moet gaan zitten wachten op Calliope. Die gaat mijn writersblock niet voor me oplossen. Dat weet ik best.

Calliope leert ons namelijk: schrijvers schrijven gewoon. Iedere dag. Inspiratie of geen inspiratie. Punt. Ze hebben een tafel, een pen en papier… of een computer. En ze schrijven gewoon.

Veel mensen zeggen: ooit ga ik een boek schrijven! Maar eerst moet ik… de was ophangen, de hond uitlaten, wachten tot de kinderen weer naar school zijn, stom werk doen tot ik met pensioen ga. Of ze zeggen: ik heb geen schrijfplek, ik heb geen tijd, ik heb geen inspiratie.

De tip die ik altijd geef is:

Wacht niet op de muze, begin gewoon, schrijf elke dag, waar je maar kunt. Aan de keukentafel, op de rand van je bed, op een bankje in het bos, schrijf stom, schrijf lelijk, schrijf kort, schrijf lang, schrijf over vroeger, over morgen, over je opa,  over het meest gênante, het meest obligate het meest saaie… maar schrijf, schrijf, schrijf…

Dit geschreven hebbende… ga ik weer verder aan mijn boek.

Meer weten over waar mijn boek over gaat? Houd dit blog in de gaten… Binnenkort onthul ik een en ander.

 

Verdwaald in een onderwaterbos

De lessen van een Octopus

Ik keek naar de documentaire My Teacher Octopus, een magische documentaire over een ongelooflijke band van regisseur en cameraman Craig Foster met een wilde octopus.

Aan het begin van de film legt de filmer uit hoe hij door zijn werk een burn-out heeft opgelopen en terugkeert naar de Zuid-Afrikaanse West-Kaap waar hij als jongen woonde en waar hij zich zo thuis voelde in het onstuimige water van de Atlantische Oceaan. Foster is een getrainde zwemmer die minutenlang onder water kan ‘vliegen’ zonder zuurstofflessen. En dáár in die wondere onderwaterwereld ontmoet hij een octopus waar hij geleidelijk aan een soort liefdesrelatie mee opbouwt. Het is onwaarschijnlijk maar echt waar.

De demonen waar hij in het dagelijkse leven mee worstelt verdwijnen als hij onder water duikt. En daar wordt hij één met die wondere wereld onder de oppervlakte en ontmoet hij haar!

Waar je struikelt…
Na afloop moest ik denken aan de bekende quote van Joseph Campbell: Waar je struikelt ligt je schat. Deze Foster was ‘gestruikeld’ in zijn werk en kon niets anders bedenken dan terug te gaan naar zijn roots, naar de plek waar hij zich het meest veilig voelt. En daar begint hij te duiken, onder de oppervlakte terwijl hij niet eens precies weet waar hij naar op zoek is. En precies in dat ‘niet-weten’, daar in die wereld onder de oppervlakte, hervindt hij zichzelf en doet hij een magische ontdekking. De fantastische octopus is de schat die hij vindt en die hem heelt. Aan het einde van de film is hij een ander mens geworden en begrijpen we dat zijn burn-out een kantelpunt was, die een verandering in gang heeft gezet.

In the belly of the whale
In verhalen is er ook altijd een kantelpunt een vóór en een . De held of de hoofdpersoon wordt met iets geconfronteerd en belandt – door eigen toedoen of door toedoen van iemand anders – in een soort niemandsland, een donker tussengebied. Het oude gedrag biedt geen oplossing meer, de held zit vast en moet ineens uit een heel ander vaatje te tappen om een oplossing te vinden voor de problemen. En daar precies ligt de mogelijkheid de schat te ontdekken of te bevrijden. We zien dat terug in de Divina Commedia van Dante (Halverwege de reis van mijn leven werd ik wakker in een donker bos en de rechte weg was geheel verloren), we zien het terug in de Odyssee, waarin verteld wordt dat Odysseus vast komt te zitten, tegen wordt gewerkt, steeds weer te maken krijgt met tegenwind en tegenspoed, we zien het in de Exodus, waarin het volk Israël 40 jaar lang door de woestijn moet akkeren, we zien het in Jona in de Wallevis en ga zo nog maar even door.

Nu in coronatijd, hebben we mondiaal te maken met zo’n tussengebied. Corona heeft ons achtergelaten in een donker bos, in the belly of the whale, en hoe we hier uitkomen, daar verschillen de meningen over. Het ongewisse zorgt voor ongeduld, spanning en tegenstellingen; mensen zijn boos, verdrietig, wantrouwig. Er zijn mensen die de weg willen wijzen, maar die tasten soms ook in het duister. Niemand weet precies hoe lang dit nog gaat duren.

Essentie van het bestaan
Het is bekend dat het Chinese teken voor crisis is samengesteld uit de tekens voor ‘gevaar’ en ‘kans’. In een crisis word je uitgedaagd je te verhouden tot de essentie van het bestaan. Een uitdaging om iets nieuws te leren of te ontdekken. Een crisis is daarom altijd een waterscheiding tussen het oude en het nieuwe bewustzijn; het oude werkt niet meer en het nieuwe moet nog uitgevonden worden.

Wat we van Craig Foster kunnen leren is dit:

Als we het niet meer weten, kunnen we ervoor kiezen ons naar binnen te richten, daar waar het stil en vertrouwd voelt.

We kunnen ervoor kiezen diep te duiken en het onbewuste onderzoeken.

We moeten bereid zijn soms wat langere tijd rond te zwemmen in het ‘onbekende’.

We kunnen ons verwonderen en verbazen over wat de natuur ons te vertellen heeft.

We kunnen ons openstellen voor toeval.

We zwemmen collectief door een donker onderwaterbos, we moeten net als Foster soms onze adem extra lang inhouden. We moeten volhouden en vertrouwen houden. Hoe het er straks uit gaat zien, hoe wij genezen, hangt in hoge mate af van hoe we ons opstellen. Want verhalen leren ons ook: als de hoofdpersoon niet bereid is iets te leren, of iets nieuws in zichzelf aan boren, kan het tragisch aflopen.

Tenzij je dus een octopus ontmoet die je de les van je leven leert.

(c) Mieke Bouma

 

 

 

 

Mijn bubbel echoot slechts mijn eigen waarheid terug

Waarom we de kunst van het niet-weten moeten leren beoefenen

Ik keek naar de Netflix documentaire The Social Dilemma en na afloop voelde ik me moedeloos. De documentaire maakt duidelijk hoezeer de sociale media een gevaar vormen voor onze samenleving. De diverse platforms en hun sneaky algoritmes maken ons verslaafd; we dolen alleen nog maar rond in onze eigen bubbel en krijgen slechts onze eigen waarheid keer op keer terug-geëchood.
The Social Dilemma gaat over de impact die een groepje ingenieurs uit Silicon Valley heeft op de manier waarop we denken en handelen. Door sociale media gaan complottheorieën viral, worden meningen als feiten gepresenteerd, ontwikkelen tieners ernstige mentale problemen en is er een enorme hoeveelheid aan desinformatie en nepnieuws te vinden. Dat alles veroorzaakt chaos, verdeeldheid en wantrouwen.

Lees meer

Hoe de ziekten in de wereld kwamen

Een oud verhaal van de Cherokee (aangepast naar deze tijd)

 

 
Ooit was er een gouden tijdperk waarin mensen, planten dieren en Moeder Aarde in harmonie samenleefden, met elkaar communiceerden en elkaar respecteerden. Alles verliep volgens de natuurlijke wetten.
 
Maar de mensheid groeide en bepaalde op een zeker moment dat hij de baas mocht spelen over de dieren en natuur. De mens begon met het slachten en het opeten van de dieren, puur voor eigen gewin. Ook begon hij in het wilde weg bomen te kappen en het water te vervuilen. 
De dieren keken dit met lede ogen aan, probeerden de mensen op allerlei manieren te waarschuwen, maar de mens bleek doof en hardleers. Na een tijdje ging het zo slecht met de natuur dat de dieren besloten steviger maatregelen te treffen.
 
Op een dag kwamen alle dieren van de prairie bijeen in vergadering om te bedenken hoe ze mensheid een lesje konden leren.
Een oude wolf zat de vergadering voor en stuurde de dieren per soort in groepjes uiteen om te bedenken hoe ze de mensheid konden straffen. Na een tijdje bespraken ze hun plannen.
De beren besloten hun klauwen en tanden te gebruiken, de muggen wilden bloed opzuigen en gif achterlaten om zo ziekten te verspreiden, de slangen bedachten hoe ze met een giftige beet effect konden scoren. Zo kwam het dat de kwallen uit de zee, de inktvissen, de roofvogels, de insecten allemaal op hun eigen wijze ziekten bedachten om deze onder de mensen te verspreiden in de hoop dat de mensheid wakker zou worden en zou inzien dat hij met meer respect voor de natuur zou moeten gaan leven.
 
Eeuwen gingen voorbij. De mens bleek hardleers en ging onverminderd door met het kappen van de bomen, het plunderen van de aarde en het leegvissen van de zeeën. Moeder Aarde kreunde en de mens raakte steeds meer geobsedeerd door het ongebreidelde consumeren.
Ten einde raad besloot een groep gekooide vleermuizen in China een nieuwe, zich snel verspreidende en moeilijk te controleren ziekte te creëeren en dit via een snel muterend virus over te brengen op de mens door samen te werken met een groep gevangen schubdieren. Het virus verspreidde zich razendsnel over de hele  wereld en liet deze tot stilstand komen. De mensen schrokken en hielden even op met consumeren. Met als gevolg dat het gelijk weer een stuk beter ging met moeder Aarde. De lucht werd schoner, de natuur herstelde zich. 

Heel even leek het erop dat de mensen nu eindelijk inzagen wat hun impact op de aarde was. De dieren hoopten dat de mens zich nederiger zou opstellen.
Maar helaas. Daarvoor was de mens te boos, te verwend en te ongeduldig. Men begon al snel weer te vliegen, te consumeren, te feesten, te shoppen alsof er niets gebeurd was.
Toen de dieren dit zagen, wisten ze dat het tijd was voor een finale aanval.
(c) Mieke Bouma
 
 

O ja joh?

Kun je onzekerheid verdragen?

Ken je die Rotterdammers die zo lekker ironisch met “O ja joh?” reageren als je ze iets vertelt? Er zit iets van ongeloof in, van nieuwsgierigheid, maar het laat de zaak ook lekker open. Het kan waar zijn, maar misschien is het ook wel allemaal onzin.

Nu het coronadebat meer en meer polariseert, heb ik steeds vaker de neiging om O ja joh? te zeggen. Als antwoord op al die mensen die allerlei slordig bij elkaar verzamelde berichten posten over hoe het ‘echt’ zit en daarmee beweren de waarheid in pacht te hebben. En als reactie op iedereen die het woord staatsterreur in de mond durft te nemen als ze de Nederlandse regering bedoelen, terwijl in Wit Rusland de mensen gemarteld worden.

Wie heeft er gelijk?


Het is duidelijk dat we in tijden van verwarring en chaos graag zekerheden hebben. Maar ja, zekerheden bestaan niet. Daarom komt het juist in deze tijd aan op moed en wijsheid toe te geven dat je het ook niet precies weet, en dat dat ongemakkelijk voelt.

Ik refereer even aan het Archetype De Wijze. Deze heeft als kwaliteit dat hij altijd op zoek is naar de waarheid, naar nieuwe inzichten. Zijn schaduwkant is echter dat hij gaat beweren de waarheid in pacht te hebben. Dan wordt het een betweter die zijn gelijk wil halen.

Ooit las ik een grappige vergelijking over het verschil tussen wetenschap en religie. De wetenschapper ontwikkelt een hypothese en toetst die aan de werkelijkheid. Als de feiten niet blijken te kloppen, verwerpt hij de hypothese en bedenkt een andere. Bij een gelovige is het precies andersom. Die heeft een hypothese en als de feiten niet kloppen met de hypothese worden ze verworpen, maar aan de hypothese houdt men vast. Een discussie met iemand die ergens heilig in gelooft, heeft dus geen enkele zin.

Limbisch brein


Ergens in willen geloven en daaraan vasthouden vindt zijn oorsprong in het zoogdierenbrein. Deze ‘limbische’ hersenen hechten meer waarde aan indirect bewijs en wat men voor waar houdt, dan aan de waarheid zelf. Ik heb ooit eens gelezen dat mensen die gevoelig zijn voor religies, goeroes, sektes en complottheorieën een trauma hebben opgelopen in de hechtingsfase. Maar dit laatste weet ik niet zeker, want ik ben geen expert.

Dat limbisch brein is trouwens ook het domein van verhalen en overtuigingen. Verhalen zijn aantrekkelijk omdat het limbisch brein zo graag iets wil geloven en geen onderscheid maakt tussen een echte en een ingebeelde gebeurtenis. Vandaar het louterende en helende effect van verhalen, ook wel de catharsiswerking genoemd, de ‘loutering van de ziel’ puur door inbeelding. Die inbeelding is enorm krachtig en kan werelden tevoorschijn toveren, maar heeft dus ook een schaduwkant. Het is ook Maya, het domein van de illusie, de valse goden, de praatjesmakers en de misleidingen.

In mijn werk als storyteller wijs ik altijd op de gevaren van aantrekkelijk vertelde verhalen omdat deze – met dezelfde principes als waarmee je een integer verhaal maakt – ook makkelijk misleidend en polariserend kunnen zijn. Vooral in verwarrende tijden als deze zouden we daarom niet alles maar voor zoete koek moeten aannemen. Chaos en verwarring vormen een uitstekend voedingsbodem voor valse profeten en demagogen. Dat heeft de geschiedenis al vaak bewezen.

Ommekeer
En natuurlijk. Het ‘niet weten’ is als varen door dichte mist en zeer ongemakkelijk. De Reis van de Held, de oerversie van alle verhalen, waar ik bij de Storytelling Academy veel aandacht aan besteed, leert ons dat ‘het niet weten’ vaak het punt van ommekeer is omdat alles wat bekend is moet worden losgelaten. De crisis luidt de scheiding in tussen het oude en het nieuwe bewustzijn. Het is het moment dat Jona in de buik van de walvis zit, dat Hans dreigt te worden opgegeten door de heks, dat Daniel in de leeuwenkuil wordt geworpen, dat Odysseus door de cycloop gevangen wordt gehouden. Het is De Toren in de Tarot, het donkere bos waar – om met Dante te spreken – de rechte weg geheel verloren lijkt. Liminal space. Wat nu?


Volgens Otto Scharmer (Theory U) komt het tijdens de crisis, daar onder in de ‘U’ aan op ‘aanwezig’zijn, ‘presencing’. Stilzitten en meebewegen met wat er ‘wil’ gebeuren. Deep listening. De vraag is of dat lukt. Of we in staat zijn onzekerheid te verdragen en erin te verblijven en af te wachten welke waarheid in onszelf oprijst.

Wie weet is Corona nog maar het begin van een veel grotere transitie. Misschien moeten we nog veel meer offeren, meebewegen en loslaten om beelden van een nieuwe wereld te laten ontstaan. Ik weet het niet.

Daarom roep ik op tot #ojajoh?

P.s. Bij de Storytelling Academy leren we hoe verhalen in elkaar zitten, hoe ze werken, wat goed vertelde verhalen zijn, hoe je verhalen kunt inzetten, hoe je manipulatieve verhalen kunt onderscheiden van waarachtige verhalen. Bezoek onze site….

© Augsutus 2020 – Mieke Bouma

 

Zijn we klaar voor de metamorfose?

metamorfose

Eind juni. Ik zit voor het eerst weer eens in de trein – met een mondkapje op – en luister onbedoeld mee met het telefoongesprek van de man achter mij.
‘Wat zeg je? Echt? 150 euro retour? Wow! Nou, dat gaan we dus gewoon lekker doen! Zin in! Twee weken Madeira!’
We rollen een station binnen, de man staat op en verlaat jubelend de coupe, blij met zijn goedkope vliegticket.
Als de trein weer verder rijdt, kijk ik even op Facebook. Mijn tijdlijn staat vol met verontruste meldingen en oproepen tot petities.
De cultuursector roert zich, het zorgpersoneel voelt zich verraden, ZZP’ers zitten zonder inkomen. De politie beklaagt zich over het feit dat ze gebasht worden. Dan zijn er nog de coronaontkenners, die beweren dat corona gewoon een simpel griepje is en dat de maatregelen waanzinnig zijn. Anderen vrezen dat ons democratisch bestel ten grave gedragen wordt. Weer anderen roepen ‘terug naar normaal’. Er is woede, onvrede, verdeeldheid.
Het volk roert zich.
Ikzelf heb even geen idee wat ik overal van moet vinden. Ik heb geen mening, geen antwoord, maar vooral vragen. Ik voel een soort weemoed en verlangen naar het begin van de coronatijd, naar de stilte, de eenvoud…

Lees meer

Verblijven in niemandsland

Inkeer in tijden van Corona

De Wereld draait niet meer door. Heel veel is stilgevallen. Nu na twee en een halve week is de sociale isolatie het nieuwe normaal aan het worden. Je went eraan dat mensen je in de winkel ontwijken als een melaatse, dat de straten en de pleinen leeg zijn. We zijn massaal aan het videobellen, sturen lollige en troostrijke filmpjes rond, maar worden intussen heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. We proberen er iets van te maken. Maar hoe lang gaat dit nog duren? Langzaam dringt het besef door dat deze toestand nog lang niet voorbij is en dat de impact op ons werk en leven groter zal zijn dan we nu kunnen bedenken.

Liminale tijd
Wat we er ook van vinden, hoe onze respons ook is, duidelijk is dat we in liminale tijd leven, in een overgangsfase, ook wel een passage genoemd. Deze mondiale ziekteperiode is een schemergebied tussen twee werelden, de fase waarin we niet meer in het oude land zijn maar ook nog geen zicht hebben op het nieuwe. In grote en oude verhalen is dit tussenland een bekend fenomeen. Denk aan het volk Israel dat, na de uittocht uit Egypte veertig jaar door de woestijn trok op weg naar het beloofde land, denk aan Odysseus die zo graag naar huis, naar Ithaka, wilde varen, maar werd tegengehouden de goden, denk aan Dante, die verdwaalde in een donker bos. Het verblijf in niemandsland roept uiteenlopende gevoelens en reacties op en is een psychologische beproeving, want het doet ons beseffen wat van waarde is en wat niet.

Lees meer

De macht van het Virus

Crisis of Wake up call?

Ken je het vlindereffect? De fladderende vleugels van een vlinder in Brazilië kunnen een tornado veroorzaken in Texas. Een treffende metafoor voor de chaos waar we momenteel wereldwijd mee te dealen hebben. Een klein onzichtbaar, zich razendsnel verspreidend virus, waar we eerst nog wat lacherig over deden, ontwricht inmiddels de wereld. Het is crisis op vele fronten.

Controle
We dachten dat we als mensheid de controle over zo’n beetje alles hadden, dat wij grenzen en regels konden aanbrengen, dat we de boel op orde hadden, maar dat blijkt ineens een gigantische vorm van zelfoverschatting. Het virus is oncontroleerbaar en dringt overal doorheen, maakt geen onderscheid, erkent geen grenzen, is superklein en onzichtbaar en vooralsnog onbeheersbaar. Dat stemt ons nederig.

Lees meer